Schrif­te­lijke vragen relatie dieren­mis­han­deling en huiselijk geweld


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Uit het eerste grote rapport over dierenmishandeling, blijkt dat in 70 procent van de gevallen van dierenmishandeling er tevens sprake is van huiselijk geweld. “ Dierenmishandeling is een rode vlag die je niet over het hoofd wilt zien”, aldus onderzoeker Nienke Endenburg op nu.nl. Gemiddeld gaat het om 3,2 gevallen van dierenmishandeling per maand die plaatsvinden.1 De gemeenteraad heeft vorig jaar gesproken over het initiatief Blijf van mijn Dier. Door dit initiatief krijgen de veelal vergeten slachtoffers van huiselijk geweld, de dieren, (tijdelijk) een veilig thuis. In bijna de helft van alle gevallen vindt de mishandeling plaats in het eigen huis van de delinquent.

Onder verwijzing naar artikel 30 van het Reglement van Orde stelt ondergetekende de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de berichtgeving2 ‘Dierenbeulen zijn van alle leeftijden en uit alle sociale milieus’?

2. Worden gevallen van dierenmishandeling in Den Haag momenteel geregistreerd? Zo ja, hoeveel gevallen van dierenmishandeling (van de afgelopen vier jaar) zijn bij de gemeente bekend? Is in die gevallen ook gekeken naar andere delicten zoals huiselijk geweld? Zo ja, in hoeveel gevallen was er ook sprake van huiselijk geweld? Zo nee, waarom niet?

3. Hoeveel agenten zijn momenteel taakaccenthouder dierenpolitie in Den Haag? En hoeveel uur per week kunnen zij besteden aan het uitvoeren van dier gerelateerde zaken?

Dierenmishandeling niet altijd direct af te lezen van het dier. Daarom is expertise nodig om het te signaleren. Om dierenartsen te helpen zaken van dierenmishandeling te herkennen is onlangs het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling aangekondigd.3

4. Hoe worden agenten met taakaccenthouder dierenpolitie momenteel getraind om dierenmishandeling te herkennen? Graag een toelichting.

5. Is het college bereid om samen met dierenartsen, politie Haaglanden en het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling om tafel te gaan voor het opstellen van een actieplan om dierenmishandeling te voorkomen, te signaleren en aan te pakken en om de samenwerkingsverbanden met nieuwe bovengenoemde instantie aan te gaan? Zo nee, waarom niet?

6. Is het college bereid om dierenartsen in Den Haag erop te attenderen zich ervan bewust te zijn dat in sprake van dierenmishandeling er ook andere zaken kunnen spelen zoals huiselijk geweld? Zo nee, waarom niet?

7. Hoe ver is het college met het onderzoek om slachtoffers van huiselijk geweld te helpen met het (tijdelijk) opvangen van hun huisdier door middel van het initiatief ‘Blijf van mijn Dier’? Graag een toelichting.

8. Welke acties heeft het college van B&W tot nog toe genomen om de aanwezigheid van huisdieren op te nemen bij de intakegesprekken met slachtoffers van huiselijk geweld door opvangcentra? Welke hulp voor de opvang van huisdieren van slachtoffers van huiselijk geweld wordt momenteel geboden?

9. Heeft de gemeente Den Haag al informatie ingewonnen over het succes van ‘Blijf van mijn Dier’ bij de gemeente Amsterdam (als een van de G4-gemeenten)? Zo ja, wat waren de bevindingen? Zo nee, waarom niet?

10. Is de gemeente bereid om nader in gesprek te treden met de initiatiefnemers van ‘Blijf van mijn Dier’ om te ontdekken wat de mogelijkheden zijn in Den Haag? Zo nee, waarom niet?

Uit een onlangs verschenen onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg blijkt dat regionale advies- en meldpunten voor huiselijk geweld en kindermishandeling hun handen vol hebben door het groot aantal meldingen. Hierdoor worden geweldszaken te langzaam afgehandeld en bij sommige organisaties leidt het tot wachtlijsten. Volgens de wet moet een onderzoek naar geweld binnen tien weken na een serieuze melding zijn afgerond, dit lukt bij 22 van de 24 beoordeelde organisaties niet. De afgelopen twee jaar is het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling door burgers en hulpverleners bij alle organisaties flink gestegen. 4

11. Hoe verhoudt het onderzoeksrapport van Inspectie Jeugdzorg zich tot de situatie in Den Haag? Is er sprake van een wachtlijst? Binnen welke termijn worden de onderzoeken naar (huiselijk) geweld in Den Haag momenteel afgerond? Graag een toelichting.

Met vriendelijke groet,

Christine Teunissen Partij voor de Dieren

1 http://www.politieenwetenschap.nl/cache/files/58f75d39ec0a6PK86.pdf
2 http://www.nu.nl/dieren/4601502/dierenbeulen-van-alle-leeftijden-en-alle-sociale-milieus.html
3 https://www.rtlnieuws.nl/nederland/dierenmishandeling-lastig-te-herkennen-een-dier-kan-heel-lang-dingen-accepteren
4 https://www.inspectiejeugdzorg.nl/jaarbeeld-2016-landelijk-toezicht-jeugd/

Antwoorddatum: 11 mei 2017

Het raadslid mevrouw Teunissen heeft op 8 mei 2017 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Uit het eerste grote rapport over dierenmishandeling, blijkt dat in 70 procent van de gevallen van dierenmishandeling er tevens sprake is van huiselijk geweld. “ Dierenmishandeling is een rode vlag die je niet over het hoofd wilt zien”, aldus onderzoeker Nienke Endenburg op nu.nl. Gemiddeld gaat het om 3,2 gevallen van dierenmishandeling per maand die plaatsvinden (1). De gemeenteraad heeft vorig jaar gesproken over het initiatief Blijf van mijn Dier. Door dit initiatief krijgen de veelal vergeten slachtoffers van huiselijk geweld, de dieren, (tijdelijk) een veilig thuis. In bijna de helft van alle gevallen vindt de mishandeling plaats in het eigen huis van de delinquent.

1. Is het college bekend met de berichtgeving(2) ‘Dierenbeulen zijn van alle leeftijden en uit alle sociale milieus’?

Ja.

2. Worden gevallen van dierenmishandeling in Den Haag momenteel geregistreerd? Zo ja, hoeveel gevallen van dierenmishandeling (van de afgelopen vier jaar) zijn bij de gemeente bekend? Is in die gevallen ook gekeken naar andere delicten zoals huiselijk geweld? Zo ja, in hoeveel gevallen was er ook sprake van huiselijk geweld? Zo nee, waarom niet?

Controle op dierenmishandeling berust bij de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming in combinatie met de (dieren)politie. Het college is bekend met meldingen/aangiften bij de politie en door de politie zelf ontdekte gevallen van dierenmishandeling en –verwaarlozing. De afgelopen 4 jaren zijn in Den Haag 392 meldingen van dierenmishandeling/-verwaarlozing onderzocht. In totaal werd 158 keer een proces-verbaal opgemaakt. Eventuele gerelateerde signalen van huiselijk geweld worden bezien door de politie. Hiervan zijn geen cijfers bekend.

3. Hoeveel agenten zijn momenteel taakaccenthouder dierenpolitie in Den Haag? En hoeveel uur per week kunnen zij besteden aan het uitvoeren van dier gerelateerde zaken?

In Den Haag zijn er zes taakaccenthouders en een coördinator dierenpolitie werkzaam. De tijd die wordt besteed aan deze taak varieert en is afhankelijk van het aantal meldingen.

Dierenmishandeling is niet altijd direct af te lezen van het dier. Daarom is expertise nodig om het te signaleren. Om dierenartsen te helpen zaken van dierenmishandeling te herkennen is onlangs het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling aangekondigd (3).

4. Hoe worden agenten met taakaccenthouder dierenpolitie momenteel getraind om dierenmishandeling te herkennen? Graag een toelichting.

5. Is het college bereid om samen met dierenartsen, politie Haaglanden en het Landelijk Expertisecentrum Dierenmishandeling om tafel te gaan voor het opstellen van een actieplan om dierenmishandeling te voorkomen, te signaleren en aan te pakken en om de samenwerkingsverbanden met nieuwe bovengenoemde instantie aan te gaan? Zo nee, waarom niet?

6. Is het college bereid om dierenartsen in Den Haag erop te attenderen zich ervan bewust te zijn dat in sprake van dierenmishandeling er ook andere zaken kunnen spelen zoals huiselijk geweld? Zo nee, waarom niet?

Ad 4, 5 en 6
Het herkennen van dierenmishandeling maakt onderdeel uit van de opleiding tot taakaccenthouder dierenpolitie. Daarnaast lopen taakaccenthouders stage bij de Landelijke Inspectiedienst en bij ervaren collega’s. De politie en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming onderhouden goede contacten met dierenartsen. Bewustwording komt hier bij aan de orde. Het college ziet daarom geen aanleiding extra samenwerkingsverbanden in het leven te roepen.

7. Hoe ver is het college met het onderzoek om slachtoffers van huiselijk geweld te helpen met het (tijdelijk) opvangen van hun huisdier door middel van het initiatief ‘Blijf van mijn Dier’? Graag een toelichting.

8. Welke acties heeft het college van B&W tot nog toe genomen om de aanwezigheid van huisdieren op te nemen bij de intakegesprekken met slachtoffers van huiselijk geweld door opvangcentra? Welke hulp voor de opvang van huisdieren van slachtoffers van huiselijk geweld wordt momenteel geboden?

9. Heeft de gemeente Den Haag al informatie ingewonnen over het succes van ‘Blijf van mijn Dier’ bij de gemeente Amsterdam (als een van de G4-gemeenten)? Zo ja, wat waren de bevindingen? Zo nee, waarom niet?

10. Is de gemeente bereid om nader in gesprek te treden met de initiatiefnemers van ‘Blijf van mijn Dier’ om te ontdekken wat de mogelijkheden zijn in Den Haag? Zo nee, waarom niet?

Ad 7, 8, 9 en 10
Er is een samenwerkingsrelatie opgezet tussen de opvanginstelling en Blijf van mijn Dier. De samenwerking verloopt naar ieders tevredenheid. Bij de intake voor slachtoffers van huiselijk geweld bij de opvanginstelling is in de procedure aandacht voor opvang van huisdieren. Indien er in een opvangsituatie als gevolg van huiselijk geweld huisdieren aanwezig zijn die opvang behoeven, wordt een maatwerkoplossing met Blijf van mijn Dier gezocht. Waar nodig vindt afstemming plaats in G4 verband.

Uit een onlangs verschenen onderzoek van de Inspectie Jeugdzorg blijkt dat regionale advies- en meldpunten voor huiselijk geweld en kindermishandeling hun handen vol hebben door het groot aantal meldingen. Hierdoor worden geweldszaken te langzaam afgehandeld en bij sommige organisaties leidt het tot wachtlijsten. Volgens de wet moet een onderzoek naar geweld binnen tien weken na een serieuze melding zijn afgerond, dit lukt bij 22 van de 24 beoordeelde organisaties niet. De afgelopen twee jaar is het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling door burgers en hulpverleners bij alle organisaties flink gestegen (4).

11. Hoe verhoudt het onderzoeksrapport van Inspectie Jeugdzorg zich tot de situatie in Den Haag? Is er sprake van een wachtlijst? Binnen welke termijn worden de onderzoeken naar (huiselijk) geweld in Den Haag momenteel afgerond? Graag een toelichting.

Recent hebben de Inspecties Jeugdzorg en Gezondheidszorg geconcludeerd dat de kwaliteit van Veilig Thuis Haaglanden voldoende is. Wettelijk geldt dat bij een melding binnen 5 dagen triage moet plaatsvinden en dat op dag 6 het onderzoek moet starten dat binnen 10 weken moet worden afgerond. Uit de rapportage blijkt dat Veilig Thuis Haaglanden zo spoedig als mogelijk doch uiterlijk binnen vijf dagen en tien weken na ontvangst van de melding zorgt voor het inzetten van een vervolgtraject. Momenteel zijn er bij Veilig Thuis geen meldingen die langer dan vier weken wachten op het starten van het onderzoek. Een verbeterpunt waaraan wordt gewerkt is het afronden van onderzoeken binnen de wettelijke termijn.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,
de burgemeester,
Annet Bertram Pauline Krikke

1 http://www.politieenwetenschap.nl/cache/files/58f75d39ec0a6PK86.pdf
2 http://www.nu.nl/dieren/4601502/dierenbeulen-van-alle-leeftijden-en-alle-sociale-milieus.html
3 https://www.rtlnieuws.nl/nederland/dierenmishandeling-lastig-te-herkennen-een-dier-kan-heel-lang-dingen-accepteren
4 https://www.inspectiejeugdzorg.nl/jaarbeeld-2016-landelijk-toezicht-jeugd/