Schrif­te­lijke vragen Te vroeg gekapte bomen Sche­ve­ningseweg


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Langs de Scheveningseweg is begonnen met de kap van 121 bomen, die grote gevolgen heeft voor het groene aanzicht van de weg en voor de natuur. Vanwege de grote gevolgen van deze kap voor vleermuizen is er in de kapvergunning aangeven dat voor de zogenoemde ‘hop-overgebieden’ kap slechts mag plaatsvinden in de rustperiode van de dieren. Op 19 augustus heeft de Bomenstichting Den Haag een brief aan het college en de gemeenteraad gericht waarin wordt aangegeven dat ondanks deze voorschriften toch vroegtijdig drie kastanjes in deze gebieden zijn gekapt.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden de heer Barker en mevrouw Teunissen, Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1) Heeft het college kennisgenomen van de brief van de Bomenstichting Den Haag en wat is zijn reactie daarop?

2) Zijn inderdaad in strijd met de kapvoorschriften bomen vroegtijdig gekapt?

3) Indien bomen vroegtijdig zijn gekapt, waarom is dit gedaan en welke sancties zijn er verbonden aan het niet voldoen aan de kapvergunning? Welke maatregelen neemt het college om dit in de toekomst te voorkomen?

4) Hebben de kapwerkzaamheden plaatsgevonden aan de hand van een ecologisch werkprotocol onder voorafgaande goedkeuring en begeleiding van een ecoloog, zoals in de kapvergunning was vereist?

5) Welke maatregelen treft het college om te zorgen dat de zogenoemde hop-overgebieden snel worden hersteld? Wanneer worden in deze gebieden nieuwe bomen geplaatst?

Robert BarkerChristine Teunissen
Partij voor de DierenPartij voor de Dieren

Antwoorddatum: 11 sep. 2018

De raadsleden de heer Barker en mevrouw Teunissen hebben op 20 augustus 2018 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Langs de Scheveningseweg is begonnen met de kap van 121 bomen, die grote gevolgen heeft voor het groene aanzicht van de weg en voor de natuur. Vanwege de grote gevolgen van deze kap voor vleermuizen is er in de kapvergunning aangeven dat voor de zogenoemde ‘hop-overgebieden’ kap slechts mag plaatsvinden in de rustperiode van de dieren. Op 19 augustus heeft de Bomenstichting Den Haag een brief aan het college en de gemeenteraad gericht waarin wordt aangegeven dat ondanks deze voorschriften toch vroegtijdig drie kastanjes in deze gebieden zijn gekapt.

1. Heeft het college kennisgenomen van de brief van de Bomenstichting Den Haag en wat is zijn reactie daarop?

Ja.

Er zijn vier zones aangewezen waar de vleermuizen veelal vliegen en in die lijnen staan 21 bomen, hopovers, die pas na 1 november zouden worden gekapt. Deze routes hebben de vleermuizen de komende maanden nodig. Nu stonden drie bomen op deze routes precies op de plek waar straks een perron moet komen en zodoende is er, in overleg met de stadsecoloog, gekozen voor zes andere bomen op de juiste lijn die tot 1 november blijven staan. Dit was dus vooraf overlegd en gepland, het had alleen ook aangepast moeten worden in de vergunningaanvraag en dat is per abuis niet gebeurd. Het belang van de vleermuizen is in dit geval constant in ogenschouw genomen en de functionaliteit van de hop-overs is te allen tijden gegarandeerd geweest.

2. Zijn inderdaad in strijd met de kapvoorschriften bomen vroegtijdig gekapt?

Zie het antwoord op vraag 1.

3. Indien bomen vroegtijdig zijn gekapt, waarom is dit gedaan en welke sancties zijn er verbonden aan het niet voldoen aan de kapvergunning? Welke maatregelen neemt het college om dit in de toekomst te voorkomen?

Zie het antwoord op vraag 1.

4. Hebben de kapwerkzaamheden plaatsgevonden aan de hand van een ecologisch werkprotocol onder voorafgaande goedkeuring en begeleiding van een ecoloog, zoals in de kapvergunning was vereist?

Ja. Hierdoor is tot 1 november op vier plekken langs het spoor van de Scheveningseweg een aantal bomen blijven staan, ten einde de vleermuizen een zogenaamde loper over de plek te bieden.

5. Welke maatregelen treft het college om te zorgen dat de zogenoemde hop-overgebieden snel worden hersteld? Wanneer worden in deze gebieden nieuwe bomen geplaatst?

De hop-over gebieden zijn intact tot 1 november.

Zo spoedig mogelijk na kap, maar uiterlijk 1 maart 2019, worden er weer nieuwe bomen gepland ter plaatse van de hop-overs. Hiervoor worden mogelijk de bomen gebruikt die nu al langs de Scheveningse weg staan en verplant kunnen worden. Zo hebben de vleermuizen na 1 maart (dus bij aanvang van hun actieve seizoen) weer functionele hopovers.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,de burgemeester,
Peter HennephofPauline Krikke