Schrif­te­lijke vragen Trans­pa­rantie over LdM C.V.


Indiendatum: 11 mrt. 2022

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

In de raadsvergadering van 9 februari 2022 heeft het college het Voorstel van het college inzake ‘Wensen en bedenkingen’ ten aanzien van de samenwerkings-, uitvoerings- en schadevergoedingsovereenkomst tussen LdM C.V. en Gemeente Den Haag t.b.v. aanleg WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag voorgelegd. Tijdens het debat op die dag is gebleken dat informatie over de organisatiestructuur van LdM C.V. en de redenen voor die gekozen rechtsvorm niet paraat was. Een commanditaire vennootschap is een relatief weinig gebruikelijke rechtsvorm, zonder rechtspersoonlijkheid en zonder vormvereisten voor de contractuele relatie tussen vennoten. Ook hoeven C.V.’s geen jaarstukken bij de KvK te deponeren.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt raadslid Robert Barker, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

  1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het noodzakelijk is om de juridische aspecten van deze mogelijke overeenkomst(-en) goed in kaart te brengen en met de raad te communiceren?

  2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het in dit licht bezien logisch is om helder te hebben met welke entiteit mogelijk een overeenkomst gesloten wordt, en dat de organisatiestructuur van deze entiteit relevant is om de risico’s en aansprakelijkheid goed inzichtelijk te hebben?

Uit het KvK-uittreksel van LdM CV, opgevraagd op 9 februari 2022, blijkt dat er sprake is van 7 commanditaire vennoten en één beherend vennoot. Wie de commanditaire vennoten zijn is niet af te leiden uit openbare documenten.

  1. Is het bij het college bekend wie de commanditaire vennoten zijn? Zo ja, wie zijn deze commanditaire vennoten?

Uit het KvK-uittreksel van LdM CV, opgevraagd op 9 februari 2022, blijkt dat er sprake is van 1 euro commanditair kapitaal.

  1. Kan het college nagaan of de commanditaire vennoten geen aanvullende stortingen hebben gedaan, en of het aandelenkapitaal zoals op het uittreksel weergegeven ook het actuele aandelenkapitaal is?

  2. Is het college bereid om aan Gasunie een verklarende toelichting op de gekozen organisatiestructuur te vragen, en deze te delen met de raad?

  3. Kan het college aangeven of bij de LdM C.V. vastgelegd is of vrije toe- en uittreding van commanditaire vennoten mogelijk is?

    Uit de UBO-verklaring van LdM C.V. blijkt dat de C.V. één natuurlijk persoon als uiteindelijk belanghebbende kent.

  4. Is deze natuurlijke persoon ook de enige UBO van alle commanditaire vennoten? Zo niet, kan het college toelichten waarom de (UBO’s van de) commanditaire vennoten niet aangemerkt worden als UBO van LdM C.V.?

Uit het jaarverslag 2020 van N.V. Nederlandse Gasunie en uit de concernrelaties van Gasunie Warmte Holding B.V., opgevraagd bij de KvK op 10 februari 2022, blijkt dat deze holding 100% eigenaar is van behalve LdM Beheer B.V. en WarmtelinQ Transport Services B.V., ook van een zevental B.V.’s te weten LdM 1 B.V., LdM 2 B.V., LdM 3 B.V.,LdM 4 B.V.,LdM 5 B.V.,LdM 6 B.V.,LdM 7 B.V.

  1. Kan het college de ratio achter het bestaansrecht en de functie van al deze afzonderlijke B.V.’s toelichten?

  2. Wat is, kijkend bijvoorbeeld naar aansprakelijkheid, taakstelling, uiteindelijk belanghebbenden en functie, het verschil tussen de 7 B.V.’s met de naam LdM en een nummer?

  3. Met welke van de 10 bovengenoemde B.V.’s heeft Den Haag een zakelijke relatie, in de zin van een financiële relatie (ontvangen van geld of storten van geld) en/of een juridische overeenkomst en/of communicatie als mogelijke samenwerkingspartner?

  4. Waarom wordt niet voorgesteld om de overeenkomsten met één van de B.V.’s af te sluiten, maar juist met de C.V.?

    Grotere ondernemingen werken vaak via rechtspersonen, zoals BV’s en NV’s. Een CV is geen rechtspersoon. Dit roept vragen op waarom er voor deze vorm gekozen is.

  5. Kan het college aangeven, ook in het licht van aansprakelijkheid, waarom het voorstel is om met een C.V. een overeenkomst te sluiten? Ziet het college risico’s om dergelijke overeenkomsten met vennootschappen die geen rechtspersoon zijn te sluiten?

  6. Is het college bereid om aan Gasunie een toelichting, ingaande op de afwegingen om voor deze vorm te kiezen zoals mogelijk fiscale redenen, anonimiseren van vennoten en/of vermogen, aansprakelijkheidsredenen, te vragen op de reden waarom het via een C.V. opereert?

  7. Waarom zijn de vennoten verenigd in een C.V. en niet in een B.V. concern?

Robert Barker

Partij voor de Dieren

Indiendatum: 11 mrt. 2022
Antwoorddatum: 19 apr. 2022

Het raadslid de heer Barker heeft op 10 maart 2022 een brief met daarin veertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

In de raadsvergadering van 9 februari 2022 heeft het college het Voorstel van het college inzake ‘Wensen en bedenkingen’ ten aanzien van de samenwerkings-, uitvoerings- en schadevergoedingsovereenkomst tussen LdM C.V. en Gemeente Den Haag t.b.v. aanleg WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag voorgelegd. Tijdens het debat op die dag is gebleken dat informatie over de organisatiestructuur van LdM C.V. en de redenen voor die gekozen rechtsvorm niet paraat was. Een commanditaire vennootschap is een relatief weinig gebruikelijke rechtsvorm, zonder rechtspersoonlijkheid en zonder vormvereisten voor de contractuele relatie tussen vennoten. Ook hoeven C.V.’s geen jaarstukken bij de KvK te deponeren.

1. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het noodzakelijk is om de juridische aspecten van deze mogelijke overeenkomst(-en) goed in kaart te brengen en met de raad te communiceren?

Ja.

2. Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat het in dit licht bezien logisch is om helder te hebben met welke entiteit mogelijk een overeenkomst gesloten wordt, en dat de organisatiestructuur van deze entiteit relevant is om de risico’s en aansprakelijkheid goed inzichtelijk te hebben?

Ja.

Uit het KvK-uittreksel van LdM CV, opgevraagd op 9 februari 2022, blijkt dat er sprake is van 7 commanditaire vennoten en één beherend vennoot. Wie de commanditaire vennoten zijn is niet af te leiden uit openbare documenten.

3. Is het bij het college bekend wie de commanditaire vennoten zijn? Zo ja, wie zijn deze
commanditaire vennoten? Uit het KvK-uittreksel van LdM CV, opgevraagd op 9 februari 2022,
blijkt dat er sprake is van 1 euro commanditair kapitaal.


Het college heeft nadere informatie over de commanditaire structuur, de vennoten (en of hun
identiteit openbaar gemaakt kan worden) en het kapitaal opgevraagd bij Gasunie conform het
aangenomen amendement. Het college verwacht een brief van Gasunie waarin deze vraag wordt
beantwoord. Zodra Gasunie deze informatie heeft aangeboden zal het college deze informatie
toesturen.

4. Kan het college nagaan of de commanditaire vennoten geen aanvullende stortingen hebben
gedaan, en of het aandelenkapitaal zoals op het uittreksel weergegeven ook het actuele
aandelenkapitaal is?


Gasunie heeft aangegeven dat aanvullende stortingen zijn gedaan en dat zij er zo voor zorgt dat tijdig de financiële middelen aan LdM CV ter beschikking staan om het project ter realiseren, waartoe bij de “Financial Investment Decision” (de investeringsbeslissing) besloten is.

5. Is het college bereid om aan Gasunie een verklarende toelichting op de gekozen
organisatiestructuur te vragen, en deze te delen met de raad?


Ja. Het college verwacht een brief van Gasunie waarin deze vraag wordt beantwoord, vooruitlopend op deze brief heeft Gasunie het volgende laten weten:

• In 2019 is de ontwikkeling van Leiding door het Midden door Eneco ondergebracht in een aparte
vennootschap, LdM C.V. Deze bestaat uit zeven stille vennoten en één beherend vennoot, LdM
Beheer B.V. Deze laatste treedt namens LdM C.V. als bestuurder en vertegenwoordiger in het
rechtsverkeer op. Eneco was tot september 2019 100% eigenaar van LdM C.V. Sinds september
2019 is Gasunie 100% eigenaar van LdM C.V. Met andere woorden, zowel de beherend vennoot
LdM Beheer B.V., als alle stille vennoten, zijn volledig in handen van N.V. Nederlandse Gasunie.

• Eneco heeft destijds gekozen voor de rechtsvorm van een commanditaire vennootschap (CV) m.n. vanwege de inrichtingsvrijheid die een CV biedt. Leiding door het Midden zou op termijn onderdeel gaan vormen van het regionale warmtetransportsysteem. Destijds was het beeld dat er
onafhankelijk netbeheer ingericht zou gaan worden voor de warmtetransportnetten, zoals
inmiddels ook in de concept wet Collectieve Warmtevoorziening is voorzien.

• Voor de constructie om met zeven vennoten te werken - die zoals gezegd inmiddels allemaal in
eigendom zijn van N.V. Nederlandse Gasunie - is gekozen, omdat er in het verleden sprake zou zijn
van verschillende eigendomsverhoudingen met het Havenbedrijf Rotterdam en Eneco. De zeven
vennoten anticiperen op toentertijd voorziene (en in de tijd verschuivende) percentages van
deelname in LdM C.V. door Gasunie, Eneco en het Havenbedrijf Rotterdam. Aangezien dit thans
niet meer aan de orde is en de transportleidingen in 100% eigendom van (rechtspersonen van)
Gasunie zijn, is de noodzaak voor deze structuur inmiddels achterhaald en onderzoekt Gasunie een meer vereenvoudigde structuur.

6. Kan het college aangeven of bij de LdM C.V. vastgelegd is of vrije toe- en uittreding van
commanditaire vennoten mogelijk is?


Dat is niet mogelijk. Dat kan alleen bij unanimiteit, aldus Gasunie. Uit de UBO-verklaring van LdM C.V. blijkt dat de C.V. één natuurlijk persoon als uiteindelijk belanghebbende kent.

7. Is deze natuurlijke persoon ook de enige UBO van alle commanditaire vennoten? Zo niet, kan
het college toelichten waarom de (UBO’s van de) commanditaire vennoten niet aangemerkt
worden als UBO van LdM C.V.?


Gasunie geeft de volgende uitleg:
Nee, dat is niet het geval. De UBO van de beherend vennoot is een andere natuurlijke persoon dan de UBO van de stille vennoten. Dat komt omdat de stille vennoten een andere bestuurder hebben dan de beherend vennoot. Reden hiervoor is een zuivere inrichting van de governance.
Uit het jaarverslag 2020 van N.V. Nederlandse Gasunie en uit de concernrelaties van Gasunie
Warmte Holding B.V., opgevraagd bij de KvK op 10 februari 2022, blijkt dat deze holding 100%
eigenaar is van behalve LdM Beheer B.V. en WarmtelinQ Transport Services B.V., ook van een
zevental B.V.’s te weten LdM 1 B.V., LdM 2 B.V., LdM 3 B.V., LdM 4 B.V., LdM 5 B.V., LdM 6 B.V., LdM 7 B.V.

8. Kan het college de ratio achter het bestaansrecht en de functie van al deze afzonderlijke B.V.’s
toelichten?


Het college verwacht een brief van Gasunie waarin dit verder wordt toegelicht. Zodra Gasunie deze
informatie heeft aangeboden zal het college deze informatie toesturen.

9. Wat is, kijkend bijvoorbeeld naar aansprakelijkheid, taakstelling, uiteindelijk belanghebbenden
en functie, het verschil tussen de 7 B.V.’s met de naam LdM en een nummer?


Zie de beantwoording van vraag 8.

10. Met welke van de 10 bovengenoemde B.V.’s heeft Den Haag een zakelijke relatie, in de zin van
een financiële relatie (ontvangen van geld of storten van geld) en/of een juridische
overeenkomst en/of communicatie als mogelijke samenwerkingspartner?


De gemeente Den Haag heeft een zakelijke relatie met LdM C.V. en niet met de B.V.'s.

11. Waarom wordt niet voorgesteld om de overeenkomsten met één van de B.V.’s af te sluiten, maar
juist met de C.V.?


De SOK heeft betrekking op de realisatie van de warmteleiding binnen de gemeentegrenzen van Den Haag. Gasunie heeft er voor gekozen om de ontwikkeling en realisering van de warmteleiding onder te brengen in LDM C.V., reden waarom LDM C.V. de SOK en andere overeenkomsten met de gemeente wil aangaan.

Grotere ondernemingen werken vaak via rechtspersonen, zoals BV’s en NV’s. Een CV is geen
rechtspersoon. Dit roept vragen op waarom er voor deze vorm gekozen is.


12. Kan het college aangeven, ook in het licht van aansprakelijkheid, waarom het voorstel is om
met een C.V. een overeenkomst te sluiten? Ziet het college risico’s om dergelijke overeenkomsten
met vennootschappen die geen rechtspersoon zijn te sluiten?


Zie allereerst het antwoord op vraag 11. Verder biedt het aangaan van een overeenkomst met een
rechtspersoon niet meer waarborgen dan het aangaan van een overeenkomst met een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid.

13. Is het college bereid om aan Gasunie een toelichting, ingaande op de afwegingen om voor deze
vorm te kiezen zoals mogelijk fiscale redenen, anonimiseren van vennoten en/of vermogen,
aansprakelijkheidsredenen, te vragen op de reden waarom het via een C.V. opereert?


Zie de beantwoording van vraag 5.

14. Waarom zijn de vennoten verenigd in een C.V. en niet in een B.V. concern?


Zie de beantwoording van vraag 5.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,

Ilma Merx Jan van Zanen