Schrif­te­lijke Vragen verbod Klimaat­s­taking


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op vrijdag 27 september vindt in Den Haag de Nederlandse klimaatstaking plaats als onderdeel van de wereldwijde klimaatstaking. De initiatiefnemers van deze demonstratie hebben een betoging aangemeld die om 13 uur zal starten op De Koekamp in Den Haag. In reactie heeft de burgemeester aangegeven dat ze "voorlopig van oordeel is" dat niet de aangemelde route van Korte Voorhout, Tournooiveld, Lange Vijverberg, Buitenhof, Hofweg, Kalvermarkt, Fluwelen Burgwal, Herengracht en Prinsessegracht mag worden gelopen. De organisatie heeft aangegeven deze route te hebben gekozen, omdat hij zowel langs het Tweede Kamergebouw en het Stadhuis loopt. Over dit onderwerp heeft de organisatie van deze mars de gemeenteraad benaderd.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Barker, Wijsmuller, Kapteijns, Holman en Arp de volgende vragen:

  1. Is de burgemeester het met indieners eens dat het van belang is om ruime mogelijkheden te bieden voor uitoefening van het demonstratierecht, en beperkingen van een demonstratie een uitzondering zijn en moeten blijven?
  2. Is de burgemeester het eens dat daaronder in elk geval ook valt dat een demonstratie langs de Tweede Kamer en het Stadhuis zou moeten mogen gaan?
  3. Per mail is door de gemeente aangegeven dat in het kernwinkelgebied demonstratieve optochten in principe niet worden toegestaan. Is de burgemeester het met de indieners eens dat dit het demonstratierecht erg inperkt en dat het zijn van een winkelgebied als zodanig geen reden kan zijn om over te gaan tot een verbod?
  4. Kan het college bevestigen dat de aangevraagde route langs het kernwinkelgebied loopt zoals opgenomen in het Binnenstadsplan 2010-2020, en niet er doorheen?

Op de website van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters wordt aangegeven: "Een verbod is enkel mogelijk op basis van “bestuurlijke overmacht”, waarbij de politie niet in staat is om de veiligheid van deelnemers te garanderen. Daarvan is sprake wanneer de betoging naar redelijke verwachting gepaard zal gaan met zo ernstige wanordelijkheden, dat er niet voldoende politie kan worden ingezet om de veiligheid van burgers en goederen adequaat te beschermen. (..) Een verbod is dus slechts bij hoge uitzondering gerechtvaardigd en dan met name als een bestuurlijke overmachtsituatie dreigt te ontstaan.”

  1. Is de burgemeester het met de hiervoor geschetste afwegingsruimte eens?
  2. Is de burgemeester het met indieners eens dat een demonstratie door het winkelcentrum niet gezien kan worden als een bestuurlijke overmachtssituatie?
  3. Kan de burgemeester aangeven hoe haar afweging zich verhoudt tot het feit dat de scholierenstaking in Den Haag en de Klimaatmars in het hart van Amsterdam (waar in beide gevallen tienduizenden aan deelnamen) wel zijn toegestaan?
  4. Is de burgemeester bereid om haar voorlopig oordeel te herzien en de voorgestelde route toe te staan?
  5. Kunt u deze vragen gegeven het feit dat de mars volgende week is uiterlijk woensdag beantwoorden?
  6. Is de burgemeester bereid om als onderstreping van het belang van het tegengaan van klimaatverandering deel te nemen aan de mars?
Robert Barker
Partij voor de Dieren
Joris Wijsmuller
Haagse Stadspartij
Arjen Kapteijns
GroenLinks

Lesley Arp
SP

Janneke Holman
PvdA