Schrif­te­lijke vragen verstoring in broed­seizoen


Den Haag, 8 april 2014


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Vanuit de stad ontvingen wij verontrustende berichtgeving over werkzaamheden aan de oevers in Oosterbeek en Clingendael, die worden uitgevoerd in opdracht van de gemeente. Bij deze werkzaamheden worden de oevers van planken voorzien. De werkzaamheden vinden midden in het broedseizoen van diverse (water)vogels plaats. In de Flora- en faunawet worden nesten en broedende vogelsoorten beschermd zodat zij ongestoord kunnen broeden. Door de kanten te verhogen komen de jonge eendjes en ganzen in problemen omdat zij niet meer op het droge kunnen komen. Inwoners hebben toezeggingen gekregen dat er loopplankjes geplaatst zouden worden, helaas zijn deze momenteel nog niet geplaatst. Onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde stelt ondergetekende de volgende vragen:


1. Is het college bekend met de werkzaamheden die nu plaatsvinden langs de oevers in Oosterbeek en Clingendael?

2. De werkzaamheden vinden midden in het broedseizoen plaats, is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat hierbij de wet wordt overtreden: namelijk artikel 11 van de flora- en faunawet, hier staat dat het verboden is om nesten te verstoren? Zo ja, waarom worden deze werkzaamheden nu uitgevoerd? Zo neen, waarom niet?

3. Deelt het college onze mening dat beschermde vogelsoorten zoals de meerkoet en wilde eend, die voorkomen in Oosterbeek en Clingendael, nu zijn verstoord tijdens het broedproces? Zo ja, hoe voorkomt het college dat deze fout nogmaals wordt gemaakt? Zo neen, waarom niet?

4. Is het college bekend met de nadelige gevolgen van het ophogen van de oeverkanten, waardoor jonge dieren zonder hulpstukken niet meer uit de sloot kunnen komen?

5. Worden de loopplankjes nog voor het uitkomen van de eieren alsnog geplaatst? Zo neen, waarom niet?

Met vriendelijke groet,

Partij voor de Dieren
Christine Teunissen

Haagse Stadspartij
Gerwin van Vulpen

GroenLinks
Inge Vianen

Kim Waanders
D66

Antwoorddatum: 29 apr. 2014

De raadsleden de dames C. Teunissen, K.E. Waanders en I.M. Vianen en de heer G.W. van Vulpen hebben op 8 april 2014 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Vanuit de stad ontvingen wij verontrustende berichtgeving over werkzaamheden aan de oevers in Oosterbeek en Clingendael, die worden uitgevoerd in opdracht van de gemeente. Bij deze werkzaamheden worden de oevers van planken voorzien. De werkzaamheden vinden midden in het broedseizoen van diverse (water)vogels plaats. In de Flora- en faunawet worden nesten en broedende vogelsoorten beschermd zodat zij ongestoord kunnen broeden. Door de kanten te verhogen komen de jonge eendjes en ganzen in problemen omdat zij niet meer op het droge kunnen komen. Inwoners hebben toezeggingen gekregen dat er loopplankjes geplaatst zouden worden, helaas zijn deze momenteel nog niet geplaatst. Onder verwijzing naar artikel 38 van het Reglement van Orde stelt ondergetekende de volgende vragen:

1. Is het college bekend met de werkzaamheden die nu plaatsvinden langs de oevers in Oosterbeek en Clingendael?

Ja.

2. De werkzaamheden vinden midden in het broedseizoen plaats, is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat hierbij de wet wordt overtreden: namelijk artikel 11 van de flora- en faunawet, hier staat dat het verboden is om nesten te verstoren? Zo ja, waarom worden deze werkzaamheden nu uitgevoerd? Zo neen, waarom niet?

Nee, er worden namelijk geen broedende vogels verstoord. Werk nabij of met verstorende werking op de nesten wordt vermeden.

3. Deelt het college onze mening dat beschermde vogelsoorten zoals de meerkoet en wilde eend, die voorkomen in Oosterbeek en Clingendael, nu zijn verstoord tijdens het broedproces? Zo ja, hoe voorkomt het college dat deze fout nogmaals wordt gemaakt? Zo neen, waarom niet?

Nee, de broedende vogels worden door de werkzaamheden niet verstoord. 4. Is het college bekend met de nadelige gevolgen van het ophogen van de oeverkanten, waardoor jonge dieren zonder hulpstukken niet meer uit de sloot kunnen komen?

Ja, het huidige beeld is overigens vertekend doordat het waterpeil tijdelijk is verlaagd. Na de werkzaamheden wordt het waterpeil langzaam teruggebracht op het gewenste niveau.

5. Worden de loopplankjes nog voor het uitkomen van de eieren alsnog geplaatst? Zo neen, waarom niet?

Ja, in overleg met de Haagse Vogelbescherming worden de loopplankjes voor het uitkomen van de eieren aangebracht.


Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,

mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen