Tech­nische vragen Nota van Uitgangs­punten voor­malige ADS-velden Monster­seweg


  1. Op welke manier is bij deze ontwikkeling sprake van verdichting? Verdichting vindt toch juist plaats binnen de bestaande bebouwde ruimte en de voormalige ADS-velden zijn op dit moment toch niet bebouwd?
  2. Op welke manier is bij deze ontwikkeling sprake van vergroening? Op dit moment is de locatie van de ontwikkeling toch geheel groen ingericht?
  3. Hoeveel vierkante meter verstening vindt er plaats na deze ontwikkeling?
  4. Op welke manier is bij deze ontwikkeling sprake van verduurzaming? Welke onduurzame aspecten van de voormalige ADS-velden zal deze ontwikkeling verduurzamen?
  5. Er staan ambities met betrekking tot energie, water- en afvalhergebruik en klimaatadaptatie. Wat wordt bedoeld met ambitie? Hoe wordt op deze ambities gestuurd?
  6. Hoe wordt gezorgd dat de EPC-score 0 wordt behaald?
  7. RIS301111 spreekt over een allonge met OCWV en BPD. Wat waren de daarin vastgelegde afspraken? Waarom zijn deze afspraken met deze partijen gemaakt?
  8. Wat wordt bedoeld met “de residueel te bepalen grondwaarde” (RIS301111)?
  9. Wat wordt bedoeld met “actief” in “actieve stedelingen” (RIS301111)?
  10. "Bebouwing is bij voorkeur vrijstaand en alzijdig” (RIS301111). Waarom wordt hiervoor gekozen? Toch staan op de situatieschets (p. 3) vooral twee-onder-een-kapwoningen. Waarom?
  11. Aan welke prijscategorieën van woningen wordt gedacht voor deze ontwikkeling?
  12. Deze ontwikkeling ligt midden op de groene brug tussen een Natura 2000-gebied en een ecologische verbindingszone. Hoe beïnvloedt deze ontwikkeling de natuur in het Natura 2000-gebied?

Antwoorddatum: 23 jan. 2019

Het raadslid de heer Barker heeft naar aanleiding van de vergadering van de Commissie Ruimte op 5 december 2018 een brief met daarin 12 vragen aan de voorzitter van de Commissie Ruimte van de gemeenteraad gericht. Het raadslid de heer de Blok heeft in dit verband 1 vraag gesteld.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

1. Op welke manier is bij deze ontwikkeling sprake van verdichting? Verdichting vindt toch juist plaats binnen de bestaande bebouwde ruimte en de voormalige ADS-velden zijn op dit moment toch niet bebouwd?

De ontwikkelingslocatie ligt binnen de bebouwde kom. De locatie ligt in een zone met stedelijke functies in een groene omgeving langs de Monsterseweg. Dit is een kans voor het verbinden van bestaande groene structuren en wonen in het groen. Met het vrijkomen van het sportcomplex binnen het bestaand stedelijk gebied ligt het voor de hand te verdichten in combinatie met kwalitatieve ontwikkeling van groen. De Nota van Uitgangspunten sluit aan op deze beleidskaders door vier principes te hanteren voor de beoogde ontwikkeling:

  • versterken van de groene kamer;
  • doorzetten van het bosrijke landschap;
  • verbinding van recreatieve routes;
  • realisatie van woningen met een beperkt grondoppervlak in een boomrijke omgeving (boswonen).

2. Op welke manier is bij deze ontwikkeling sprake van vergroening? Op dit moment is de locatie van de ontwikkeling toch geheel groen ingericht?

De huidige bestemming is sport, het gaat om twee sportvelden omzoomd door bosachtige omgeving. In het plan wordt de bosachtige omgeving versterkt en wordt deze voortgezet om en tussen de woningen. Er komen dus bomen en groen bij, waarmee de natuurwaarden worden versterkt.

3. Hoeveel vierkante meter verstening vindt er plaats na deze ontwikkeling?

Verstening van het terrein beperkt zich tot de te bouwen woningen en de noodzakelijke ontsluiting. Een globale inschatting vooralsnog is 60 tot 80 m² grondoppervlakte per woning en een terras en toegang van ongeveer 40 m² per woning. Dit betreft een totaal van ongeveer tussen de 6.000 en 7.000 m². De toename aan verhard oppervlak in relatie tot de opvang van regenwater wordt verder uitgewerkt in de waterparagraaf van het bestemmingsplan. Hierbij moet voldaan worden aan de compensatienormen van het Hoogheemraadschap.

4. Op welke manier is bij deze ontwikkeling sprake van verduurzaming? Welke onduurzame aspecten van de voormalige ADS-velden zal deze ontwikkeling verduurzamen?

De bestaande natuurwaarden zijn beperkt door de huidige inrichting en het huidige gebruik van het gebied. Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 2 zal er in het plan groen worden toegevoegd, waardoor de natuurwaarden worden versterkt.

In de beoogde ontwikkeling wordt duurzaamheid op verschillende manier meegenomen waaronder (zie paragraaf 5.3 Nota van Uitgangspunten):

  • uitgangspunten om de ecologische voetafdruk van de woningen te beperken tot een minimum. Denk hierbij aan ambities voor energie, water- en afvalhergebruik en klimaatadaptatie.
  • sturen op versterking van de natuurwaarden bij de inrichting van de openbare ruimte.
  • sturen op versterking van natuurwaarden op privégrond aan de hand van het beleid
    Natuurinclusief Bouwen (RIS 288182).
  • stimuleren van ecologisch en duurzaam gedrag onder andere door de aanleg van langzaam
    verkeerroutes.

5. Er staan ambities met betrekking tot energie, water- en afvalhergebruik en klimaatadaptatie. Wat wordt bedoeld met ambitie? Hoe wordt op deze ambities gestuurd?

De ambities in de Nota van Uitgangspunten zijn de randvoorwaarden en beleidskaders waarbinnen de ontwikkeling mogelijk is.

6. Hoe wordt gezorgd dat de EPC-score 0 wordt behaald?

Voor beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 5.

7. RIS301111 spreekt over een allonge met OCWV en BPD. Wat waren de daarin vastgelegde afspraken? Waarom zijn deze afspraken met deze partijen gemaakt?

Het antwoord op deze vragen vindt u in onderstaande documenten:

  • Inleiding van de Nota van Uitgangspunten Monsterseweg ADS-velden;
  • Allonge op het samenwerkingsconvenant Wateringseveld ten behoeve van de ontwikkeling Erasmusveld (RIS291197);
  • Wijziging gevolmachtigde procuratiehouder OCWV CV/BV, ontbinding en overname vennootschapsaandeel (RIS293274).

In het collegebesluit BOW/2015.188 (RIS282305) is besloten om deze locatie toe te voegen aan het ontwikkelareaal van OCWV.

8. Wat wordt bedoeld met “de residueel te bepalen grondwaarde” (RIS301111)?

Het Haagse grondprijsbeleid is gebaseerd op de residuele methode. Uitgangspunt is een marktconforme grondprijs. Effect van de residuele methode is dus dat de grondprijzen
meebewegen met de marktontwikkelingen. Bij de residuele methode is de grondwaarde gebaseerd op de marktwaarde van het te realiseren vastgoed minus de bouwkosten en bijkomende kosten.

Zie ook Grondprijzenbrief 2016-2017 (RIS284558).

9. Wat wordt bedoeld met “actief” in “actieve stedelingen” (RIS301111)?

De kavels die verkocht worden zijn relatief klein: kopers kopen een woning met een terras. Onderzocht wordt of en hoe de grond rond de woningen mandelig (als gezamenlijk eigendom) uitgegeven kan worden en ingericht kan worden als kwalitatief landschap. Eigenaren van de woningen zijn dan verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de bosachtige omgeving.

Verdere actieve betrokkenheid met de duurzame omgeving wordt onderzocht in de vormgeving van de duurzame woning als verlengstuk van de omgeving. Bewoners voelen hiermee een actieve verantwoordelijkheid en eigenaarschap. In het vervolgtraject van het bestemmingsplan wordt uitgezocht in welke mate zij betrokken worden bij de vormgeving en hoe zij mogelijk ook zelf actief zullen zijn bij het verdere beheer en onderhoud van hun woonomgeving.

10. “Bebouwing is bij voorkeur vrijstaand en alzijdig” (RIS301111). Waarom wordt hiervoor gekozen? Toch staan op de situatieschets (p. 3) vooral twee-onder-een-kapwoningen. Waarom?

Met vrijstaand en alzijdig wordt bedoeld niet verder aaneengeschakeld (geen traditionele (rij)verkaveling). Dit om twee redenen:

  • continuering van de beoogde bosachtige omgevingskwaliteit door een zachtere overgang van privé naar openbaar. Er is bijvoorbeeld niet voorzien in grootschalige buitenruimtes die afgeschermd worden met hoge schuttingen.
  • beperken en ontmoedigen aansluitingsmogelijkheden bijgebouwen en aanbouwen. Zo
    wordt het percentage bebouwing in het bos beperkt.

11. Aan welke prijscategorieën van woningen wordt gedacht voor deze ontwikkeling?

Het gaat om woningen in het middeldure en dure segment.

12. Deze ontwikkeling ligt midden op de groene brug tussen een Natura 2000-gebied en een ecologische verbindingszone. Hoe beïnvloedt deze ontwikkeling de natuur in het Natura 2000- gebied?

Naar de effecten van de beoogde ontwikkeling op het Natura2000-gebied wordt in het kader van het bestemmingsplan onderzoek uitgevoerd. Uitgangspunt is dat de ontwikkeling geen negatieve effecten mag hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het natuurgebied.

De huidige sportvelden hebben een beperkte natuurwaarde. Bij de inrichting van het toekomstige woongebied wordt nader onderzoek gedaan naar de gewenste natuurwaarden van het terrein en de aansluiting op de natuurwaarden in de omgeving. Daarbij wordt onder andere gekeken naar soortenbescherming. Hierdoor worden de ecologische waarden van het ontwikkelingsgebied versterkt. Dit sluit aan op het beleid om het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen.

Met vriendelijke groet,

Boudewijn Revis