Schrif­te­lijke vragen Verdrag van Wenen en Plein 1813


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 13 augustus heeft de gemeente een ontwerpbeschikking gepubliceerd voor de gedeeltelijke sloop van een Rijksmonument op nummer 4 aan Plein 1813. In deze ontwerpbeschikking wordt de sloop van deze statige witte villa, gebouwd omstreeks 1860, toegestaan met als reden dat dit vanwege het Verdrag van Wenen zou zijn vereist. Op basis van juridisch onderzoek van Niels Blokker, Professor internationaal institutioneel recht, blijkt nu dat de verplichtingen uit het verdrag niet zo ver gaan en dat de gemeente wel degelijk kan kiezen om de sloop al dan niet toe te staan.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden de heer Barker en mevrouw Teunissen, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

  • 1) Heeft het College kennisgenomen van het advies van professor Blokker? Zo ja, wat is de reactie van het College op het advies?
  • 2) Erkent het College dat het wel degelijk een keuze heeft om de sloop al dan niet toe te staan? Graag een toelichting.

In bovengenoemd advies wordt aangegeven dat: “indien de zendstaat besluit een historisch pand, beschermd monument (etc.) aan te schaffen voor gebruik als ambassade of residentie, neemt het daarbij op de koop toe dat de nodige vergunningen moeten worden verkregen en dat de betreffende panden niet geheel naar eigen vrije keuze kunnen worden verbouwd of aangepast – zoals dat het geval zou kunnen zijn bij een ‘gewoon’ pand.”

  • 3) Erkent het College dat het nog steeds op basis van monumenten- en ruimtelijke ordeningswetgeving kan kiezen om de gedeeltelijke sloop van het Rijksmonument niet toe te staan?

Uit de ontwerpbeschikking blijkt dat het uitgangspunt van het College is dat “de uitvoering van het plan een te grote aantasting van de architectuur- en cultuurhistorische waarden van het monument betekent”.

  • 4) Is het College bereid de vergunning voor de gedeeltelijke sloop van het Rijksmonument niet te verlenenaangezien het zonder de te absolute weging van het Verdrag van Wenen tot een negatief oordeel komt?

Robert Barker Christine Teunissen

Partij voor de Dieren Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 20 nov. 2018

De raadsleden de heer Barker en mevrouw Teunissen hebben op 18 oktober 2018 een brief met daarin vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Op 13 augustus heeft de gemeente een ontwerpbeschikking gepubliceerd voor de gedeeltelijke sloop van een Rijksmonument op nummer 4 aan Plein 1813. In deze ontwerpbeschikking wordt de sloop van deze statige villa, gebouwd omstreeks 1860, toegestaan met als reden dat dit vanwege het Verdrag van Wenen zou zijn vereist. Op basis van juridisch onderzoek van Niels Blokker, Professor internationaal institutioneel recht, blijkt nu dat de verplichtingen uit het verdrag niet zo ver gaan en dat de gemeente wel degelijk kan kiezen om de sloop al dan niet toe te staan.

1. Heeft het college kennisgenomen van het advies van professor Blokker ? Zo ja, wat is de reactie van het college op het advies ?

Het college heeft kennis genomen van het advies en heeft geconstateerd dat de interpretatie van de gemeente met betrekking tot het Verdrag van Wenen juist en overeenkomstig is met die van Niels Blokker. Het college heeft met toepassing van de relevante wet- en regelgeving, en onder afweging van alle belangen positief op de aanvraag voor de omgevingsvergunning wijziging Rijksmonument kunnen beslissen. Zie ook RIS300534 (DSO 2018/739).

2. Erkent het college dat het wel degelijk een keuze heeft om de sloop al dan niet toe te staan? Graag een toelichting.

Het bij de Wabo aanvraag ingediende bouwplan gaat niet over de sloop van het monument als zodanig, echter wel over de aantasting en de aanpassing van een deel van het casco en delen van het interieur t.b.v. de te nemen veiligheidsmaatregelen. Het plan voorziet daarentegen ook in behoud en restauratie van de authentieke buitengevels en het monumentale elementen in het monument. Zie verder antwoord op vraag 1.

3. Erkent het college dat het nog steeds op basis van monumenten- en ruimtelijke ordeningswetgeving kan kiezen om de gedeeltelijke sloop van het Rijksmonument niet toe te staan ?

Zie antwoord op vraag 1. De immuniteit als bedoeld in artikel 22, lid 3, van het Verdrag van Wenen omvat ook bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen. Het weigeren van een vergunning betekent dat er geen voorschriften kunnen worden gesteld, waardoor er geen grip is op de wijziging van het Rijksmonument (zie RIS300534 (DSO/2018.739).

4. Is het college bereid de vergunning voor de gedeeltelijke sloop van het Rijksmonument niet te verlenen aangezien het zonder de te absolute weging van het Verdrag van Wenen tot een negatief oordeel komt ?

De ambassadeur van Israël heeft op 8 november de gemeente geïnformeerd dat de staat Israël afziet van de voorgenomen huisvesting van de ambassade aan Plein 1813 (RIS 301056). De gemeente gaat ervan uit dat de ingediende omgevingsvergunning door de staat Israël wordt ingetrokken.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,de burgemeester,
Peter HennephofPauline Krikke