Vervolg­vragen Den Haag gevaarlijk voor water­vogels


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 18 mei 2018 heeft de Partij voor de Dieren schriftelijke vragen ‘Den Haag gevaarlijk voor watervogels’ (RIS 299765) gesteld aan het college nadat een aantal incidenten met watervogels in de Haagse wateren hadden plaatsgevonden. Het college heeft de vragen op 11 september beantwoord. In praktijk blijkt dat er nog steeds incidenten rondom watervogels plaatsvinden.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid de heer Smit, Partij voor de Dieren de volgende vragen:

1) Wanneer nemen groenbeheerders contact op met de politie als een dood dier wordt aangetroffen in de Haagse groengebieden?

2) Geldt dat contact met de politie bij ieder dood aangetroffen dier in de openbare ruimte? Zo nee, welke afwegingen worden gemaakt om een melding te maken en wie maakt die afweging?

3) Hoe worden meldingen van verstoring van nesten etc. die bij de gemeente worden gedaan doorgeleid naar de provincie? Komt er ook een terugkoppeling naar de melder, wat er met de melding is gedaan en hoe die is afgehandeld? Zo nee, waarom niet?

In de eerder gestelde schriftelijke vragen antwoordde het college op vraag 9 (Hoe wordt omgegaan met bewoners die op eigen initiatief broedende watervogels proberen te verjagen?) ‘Op het moment dat er verstoring van nesten wordt geconstateerd, bezien de gemeentelijke handhavers of er handhavend opgetreden kan worden.’

4) Hoe en wanneer besluiten gemeentelijke handhavers om handhavend op te treden bij het verstoren van nesten?

5) Wat houdt signalerend optreden door de gemeentelijke handhavers precies in?

6) Hoe worden gemeentelijke handhavers getraind om een ‘signalerende rol’ bij overtredingen van de Wet dieren te signaleren?

7) Is bekend hoe vaak de gemeentelijke handhavers voor overtredingen op het gebied van de Wet dieren ‘signalerend’ optreedt? Zo ja, hoe vaak per jaar is dat?

In de nazomer was in Den Haag sprake van vogel- en vissterfte in Haagse wateren, onder andere door botulisme.

8) Is het college bekend met het aantal dode dieren in de Haagse wateren?

9) Is de oorzaak van de slechte waterkwaliteit in de wateren bekend?

10) Welke maatregelen treft het college om de waterkwaliteit waar nodig te verbeteren en botulisme in de toekomst te voorkomen?

Op de G.J. van Marrewijklaan is een zwanennest verwijderd en een ecohoek gemaaid.

11) Kan het college dit bevestigen? Is het verwijderen van dit nest en de rietkraag in de ecohoek in opdracht van de gemeente uitgevoerd? Waarom is daartoe besloten?

Tussen de vragen kan de vragensteller nog nadere tekst invoegen. Deze mag de mening van de partij weergeven.

Robin Smit

Partij voor de Dieren

Antwoorddatum: 26 feb. 2019

Het raadslid de heer Smit heeft op 3 januari 2019 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Op 18 mei 2018 heeft de Partij voor de Dieren schriftelijke vragen ‘Den Haag gevaarlijk voor watervogels’ (RIS 299765) gesteld aan het college nadat een aantal incidenten met watervogels in de Haagse wateren hadden plaatsgevonden. Het college heeft de vragen op 11 september beantwoord.

In praktijk blijkt dat er nog steeds incidenten rondom watervogels plaatsvinden.

1. Wanneer nemen groenbeheerders contact op met de politie als een dood dier wordt aangetroffen in de Haagse groengebieden?

Wanneer een dood dier wordt aangetroffen wordt contact opgenomen met de gemeentelijke boswachters. Zij zullen onderzoek doen en wanneer er verdachte omstandigheden zijn rond de dood van het dier zullen zij zo nodig de politie inschakelen.

2. Geldt dat contact met de politie bij ieder dood aangetroffen dier in de openbare ruimte? Zo nee, welke afwegingen worden gemaakt om een melding te maken en wie maakt die afweging?

Zie het antwoord op vraag 1.

3. Hoe worden meldingen van verstoring van nesten etc. die bij de gemeente worden gedaan doorgeleid naar de provincie? Komt er ook een terugkoppeling naar de melder, wat er met de melding is gedaan en hoe die is afgehandeld? Zo nee, waarom niet?

Meldingen die door bewoners bij de gemeente worden gedaan worden doorgegeven aan de gemeentelijke boswachters. Zij hebben een samenwerkingsovereenkomst met de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De omgevingsdienst treedt op namens de provincie, die bevoegd gezag is. Wanneer er een proces verbaal wordt opgemaakt door de boswachters wordt dit door de omgevingsdienst verder afgehandeld. In het kader van het onderzoek nemen de boswachters zo nodig contact op met de melder om te vragen wat er precies is waargenomen. Wanneer de melder heeft aangegeven op de hoogte gehouden te willen worden, wordt achteraf contact opgenomen voor een terugkoppeling.

In de eerder gestelde schriftelijke vragen antwoordde het college op vraag 9 (Hoe wordt omgegaan met bewoners die op eigen initiatief broedende watervogels proberen te verjagen?) ‘Op het moment dat er verstoring van nesten wordt geconstateerd, bezien de gemeentelijke handhavers of er handhavend opgetreden kan worden.’

4. Hoe en wanneer besluiten gemeentelijke handhavers om handhavend op te treden bij het verstoren van nesten?

In geval van heterdaad wordt er handhavend opgetreden of wordt de politie zo nodig ingeschakeld.

5. Wat houdt signalerend optreden door de gemeentelijke handhavers precies in?

De gemeentelijke handhavers zijn de ogen en oren op straat. Zij worden opgeleid om onregelmatigheden op te merken, óók onregelmatigheden die buiten hun bevoegdheid vallen. Wanneer zij dit type onregelmatigheden signaleren zullen zij de overtreder zo mogelijk aanspreken en indien nodig zullen zij de bevoegde instanties inschakelen.

6. Hoe worden gemeentelijke handhavers getraind om een ‘signalerende rol’ bij overtredingen van de Wet dieren te signaleren?

Zie het antwoord op vraag 5.

7. Is bekend hoe vaak de gemeentelijke handhavers voor overtredingen op het gebied van de Wet dieren ‘signalerend’ optreedt? Zo ja, hoe vaak per jaar is dat?

Niet alle gevallen van signalerend optreden worden geregistreerd. Dit is afhankelijk of er wel of geen opvolging plaatsvindt. In de nazomer was in Den Haag sprake van vogel- en vissterfte in Haagse wateren, onder andere door botulisme.

8. Is het college bekend met het aantal dode dieren in de Haagse wateren?

Het aantal in opdracht van de gemeente verwijderde dode dieren is ons bekend. Vorig jaar zijn er 290 dode dieren uit het water gehaald, zowel vissen als zoogdieren.

9. Is de oorzaak van de slechte waterkwaliteit in de wateren bekend?

De waterkwaliteit is in grote delen van de stad in de afgelopen 20 jaar aanmerkelijk vooruit gegaan. Toch blijven er -zeker in warme perioden- gebieden waar de waterkwaliteit achterblijft. Oorzaak hiervoor is de opwarming van het water en de hoeveelheid meststoffen fosfaat en nitraat erin. Daardoor treedt overmatige algengroei op en kan het water uiteindelijk zelfs zuurstofloos raken. De sterfte van watervogels in de stad wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door botulisme. Bij het ontstaan en verspreiden hiervan speelt de waterkwaliteit een ondergeschikte rol. Met name het handelen van individuele burgers is belangrijk. Watervogels op een eenzijdig dieet van veel brood zijn kwetsbaarder voor vergiftiging door botulisme en door vogels te voederen worden ze in grote aantallen naar één plek gelokt. Als botulisme eenmaal uitbreekt, dan zijn er op dat soort plekken veel meer slachtoffers.

10. Welke maatregelen treft het college om de waterkwaliteit waar nodig te verbeteren en botulisme in de toekomst te voorkomen?

Het college werkt samen met het Hoogheemraadschap van Delfland aan een divers pakket van maatregelen. Naast regulier baggerwerk, het terugdringen van lozingen en het verwijderen van zwerfvuil, wordt tegenwoordig de verstikkende krooslaag in grote delen van de stad gedurende de hele zomerperiode verwijderd, is een beluchtende fontein in Mariahoeve geplaatst, wordt in de omgeving van Madestein een nat ecologisch kerngebied gerealiseerd met 6 hectare waternatuur, worden foutieve aansluitingen op het riool opgespoord en vervangen en wordt het functioneren van het rioolstelsel verbeterd door jaarlijks gemiddeld 8 hectare verhard oppervlak van het gemengde rioolstelsel af te koppelen.

Op de G.J. van Marrewijklaan is een zwanennest verwijderd en een ecohoek gemaaid.

11. Kan het college dit bevestigen? Is het verwijderen van dit nest en de rietkraag in de ecohoek in opdracht van de gemeente uitgevoerd? Waarom is daartoe besloten?

Op deze locatie wordt door de gemeente regulier onderhoud uitgevoerd. Door geen van de betrokken diensten is daar de aanwezigheid van een zwanennest geconstateerd.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris, de locoburgemeester,

Peter Hennephof Richard de Mos