Opinie: Beeld­be­pa­lende bomen en panden vogelvrij door Haags afbraak­beleid


6 april 2015

Gepubliceerd in Den Haag Centraal, 9 april 2015

De afgelopen gemeenteraadsvergadering over de Schoenmakersvakschool en de majestueuze bomen aan het Tournooiveld laten zien dat het hoog tijd is voor een herijking van de gemeentelijke beleidsuitgangspunten. Groene en historische stadsgezichten verdienen meer bescherming, aldus de Partij voor de Dieren Den Haag.

Keer op keer legt het Haagse stadsbestuur projectontwikkelaars die karakteristieke en monumentale panden of bomen willen slopen voor een extra parkeergarage of nieuwbouw, geen strobreed in de weg. De dingen die echt van waarde zijn voor de stad, zoals cultuurhistorie, leefbaarheid en biodiversiteit, sneeuwen zo keer op keer onder bij financiële belangen. De komende tijd dreigt daardoor een zorgwekkend aantal bijzondere panden en bomen uit het Haagse stadsbeeld te verdwijnen.

Bij de omstreden herontwikkeling van het Spuikwartier bleek al dat het stadsbestuur zich weigert in te zetten voor hergebruik van het Lucent Danstheater en de Anton Philipszaal. Onlangs bleek ook in de gemeenteraad dat de Schoenmakersvakschool aan de Crispijnstraat het moet ontgelden. Een motie van de Partij voor de Dieren om dit waardevolle pand uit 1921 te bestemmen tot monument, werd verworpen.

En zo lijkt ook dit gebouw in beschermd stadsgezicht, ondanks de vele protesten van de buurtbewoners, niet door het stadsbestuur tegen de sloopkogel te worden beschermd. Eenzelfde lot lijkt beslecht voor de historische Sacramentskerk, ook daterend uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. De kerk dreigt wederom gesloopt te worden door een projectontwikkelaar voor de bouw van appartementencomplexen. Dit kan anders. Het renoveren van bestaande gebouwen is zowel duurzamer als in het belang van een mooi Haags stadsgezicht.

Naast historisch erfgoed in de vorm van gebouwen, kent Den Haag een groot aantal oude karakteristieke bomen die het stadsgezicht bepalen, veel natuurwaarde hebben en bijdragen aan een aangename stad. Het college staat toe dat bomen snel gekapt worden als ze ‘in de weg’ staan. Zo werd door wethouder Revis, die hiervoor zelfs de gemeenteraad passeerde, een kapvergunning verleend voor vijf dikke beeldbepalende kastanjes aan het Tournooiveld. Deze omgehakte bomen moeten ruimte moeten maken voor een parkeergarage, terwijl de vraag ernaar niet is aangetoond. Ook de Veenkade (17 kastanjes) en de Toussaintkade (19 lindes) lijken het te moeten ontgelden. Het stadsbestuur beseft te weinig dat statige lanen en pleinen met monumentale bomen onmisbaar zijn voor een internationale stad van Vrede en Recht en dat inwoners, toeristen, bedrijven en internationale relaties ze waarderen. Een ander voorbeeld van onnodige bomenkap speelt rond de bouw van het nieuwe NAVO-hoofdkwartier bij het Natura 2000-gebied. Hiervoor worden 162 bomen geveld zonder duidelijke redenen. In Den Haag staat zoveel kantoorruimte leeg dat niets de bouw van nieuwe kantoorruimte kan rechtvaardigen. Ook langs de Nieuwe Parklaan worden 196 bomen omgehakt. Het kappen van bomen blijkt in Den Haag eerder regel dan uitzondering.

Het college zou bestaand groen beter moeten beschermen en meer aan hergebruik van gebouwen moeten doen. Dat is niet alleen goed voor het stadsgezicht, maar ook voor dier, natuur en milieu. Dit kan simpelweg door niet steeds voor de sloophamer te kiezen, maar door meer gebouwen tot gemeentelijk monument te verheffen; door in te zien dat deze monumenten bij uitstek bijdragen aan een aantrekkelijke stad; door monumenten, in plaats van ze te slopen, te verduurzamen en daarin een voortrekkersrol te spelen.

Ook zouden beschermde stadsgezichten in bestemmingsplannen een beschermde status moeten krijgen, zodat waardevolle gebouwen zoals de Schoenmakersvakschool in de toekomst blijven bestaan. De gemeente kan een voorbeeld nemen aan verschillende bewonersorganisaties, die het heft in eigen hand nemen en met concrete plannen komen waarin sloop van markante gebouwen en de kap van bomen niet nodig zijn. Daarnaast moet de gemeente de criteria voor kapvergunningen aanscherpen, zodat de groene longen van onze stad niet langer gevaar lopen.

Op deze manier kunnen we onze monumentale gebouwen en bomen koesteren voor komende generaties, mens en dier, zodat deze van een fijne leefomgeving en mooie stadsgezichten kunnen blijven genieten.

Christine Teunissen en Robert Barker
Partij voor de Dieren Den Haag