Schrif­te­lijke vragen Dieren in gevaar door verkeer


Indiendatum: aug. 2020

Regelmatig worden dieren slachtoffer van het verkeer in Den Haag. Door verstedelijking neemt de druk op de openbare ruimte en daarmee ook het leefgebied van dieren toe. Onlangs werd in een waterrijke omgeving een groep jonge nijlgansjes aangereden met dodelijke afloop.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid Smit, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

1) Op welke manier en hoe vaak wordt de gemeente geïnformeerd door de Dierenambulance en andere dierenhulporganisaties over de hoeveelheden dierlijke verkeersslachtoffers?

2) Wat doet de gemeente met deze informatie? Kan het college concrete voorbeelden noemen van hoe deze kennis wordt gebruikt in bijvoorbeeld beleidsvorming en ruimtelijke inrichting?

Op eerdere vragen (RIS301910) van de Partij voor de Dieren heeft het college geantwoord dat de Dierenambulance niet aan de gemeente doorgeeft op welke locaties dieren worden aangereden. “Wel heeft het college goed contact met de dierenambulance en worden eventuele probleemgebieden gemeld bij de gemeente. Bijvoorbeeld als er in een gebied veel sterftegevallen zijn geconstateerd als gevolg van botulisme of opvallend veel aangereden dieren worden aangetroffen.”

3) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat meer kennis over de locaties waar dieren worden aangereden kan zorgen voor meer inzicht in de veiligheid van verkeerssituaties? Zo nee, waarom niet?

4) Wat voor aantallen hanteert de gemeente bij het beslissen of ergens ‘veel sterftegevallen zijn geconstateerd’? Hoeveel vogels moeten er bijvoorbeeld op een bepaalde weg worden aangereden om als probleem te worden erkend? Hoe houdt de gemeente die cijfers en locaties bij?

5) Treft de gemeente altijd maatregelen als ergens veel sterftegevallen worden geconstateerd? Zo ja, wat voor maatregelen? Zo nee, waarom niet?

6) Is het college bereid om waarschuwingsborden voor automobilisten te plaatsen op plekken waar veel dieren worden aangereden?

7) Is het college bereid om verkeersdrempels of andere snelheidsbeperkende maatregelen te nemen op plekken waar veel dieren worden aangereden?

8) Is het college bereid om verkeersdrempels te plaatsen op plekken waar veel dieren worden aangereden?

9) Heeft het college al eens andere mogelijkheden onderzocht om ervoor te zorgen dat er minder dierlijke slachtoffers vallen in het Haagse verkeer? Zo ja, wat zijn dit? Zo nee, is het college hiertoe bereid?

Robin Smit
Partij voor de Dieren