Schrif­te­lijke vragen Een toegan­kelijk Den Haag


Indiendatum: 19 jan. 2023

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Mensen zijn gelukkiger wanneer zij iets kunnen betekenen in de samenleving. Mensen moeten ongeacht hun achtergrond, functiebeperking, financiële situatie of leeftijd hun talenten kunnen ontplooien. Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stellen de raadsleden Robin Smit, Partij voor de Dieren en Judith Klokkenburg, ChristenUnie/SGP, de volgende vragen:

Openbaar Vervoer
Doelstelling van het gemeentelijk beleid is dat het openbaar vervoer toegankelijker moet worden voor mensen met beperkingen. Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld toegankelijke haltes, lagevloertrams en het toestaan van elektrische rolstoelen in bussen.

  1. Is het college het met de Partij voor de Dieren en ChristenUnie/SGP eens dat toegankelijk openbaar vervoer in Den Haag een fundament is voor een inclusieve stad?

Veel mensen die gebruik maken van een rolstoel of hulpmiddel zijn op stations vaak afhankelijk van de lift. Bij de fracties kwamen signalen binnen dat het helaas voorkomt dat mensen die afhankelijk van de lift zijn, de ervaring hebben dat ze er vaak veel te laat achter komen dat een lift buiten gebruik is. Hierdoor zijn stations ontoegankelijk en moeten mensen soms een lastige omweg maken.

2. Kan het college toelichten op welke manier HTM, de NS en bijvoorbeeld de stationsmanager communiceren over de bruikbaarheid van liften op stations en andere reisinformatie die van belang is voor mensen met een functiebeperking? Kan het college ook ingaan op of dit tijdig gebeurt (zijn er bijvoorbeeld richtlijnen hoe lang vantevoren werkzaamheden aangekondigd worden)?

3. Bestaan er afspraken met HTM over het tijdig, actueel en snel communiceren van reisinformatie aan reizigers? Zo niet, is het college bereid deze te maken en het punt over goede informatie over de status van liften op stations hierin mee te nemen?

In 2016 sprak het College voor de Rechten van de Mens (CRM) uit dat vervoersbedrijf HTM gebruikers van elektrische rolstoelen discrimineert door hen de toegang tot stadsbussen te ontzeggen. Dit gebeurde nadat twee elektrische rolstoelgebruikers de zaak aan hen hadden voorgelegd. HTM gaf aan dit te doen uit veiligheidsoverwegingen. Ook is na een werkbespreking toegezegd nieuwe onderzoeken met de belanghebbenden te doen. Andere vervoersbedrijven, (bijvoorbeeld Connexxion) vervoeren wel gebruikers van een elektrische rolstoel.

4. Wat is de huidige stand van zaken voor gebruikers van elektrische rolstoelen en toegang tot busvervoer?

5. In andere gemeenten kunnen gebruikers met een elektrische rolstoel vaak wel gebruik maken van de stadsbus, mits deze voldoet aan de Europese regels. Kan het college toelichten waarom dit in Den Haag tot op heden nog niet kan?

6. Kan het college toelichten waarom tot op heden geen acties zijn uitgevoerd om deze vorm van discriminatie tegen te gaan?

7. Wat gaat het college doen om deze situatie zo snel mogelijk op te lossen?

Openbare ruimte
Toegankelijkheid van openbare en publieke ruimtes zou vanzelfsprekend moeten zijn. Toch ervaren mensen met een lichamelijke, visuele of auditieve beperking, maar ook bijvoorbeeld mensen die snel overprikkeld raken, analfabeten en laaggeletterden, nog vaak onnodige hindernissen.

8. Kan het college toelichten welke stappen er nu worden er genomen met betrekking tot toegankelijkheid bij een renovatie of herinrichtingsplan van de openbare ruimte? Welke route wordt er dan gevolgd en wie zijn daarbij betrokken?

9. Kan het college verhelderen hoeveel budget er gereserveerd is voor het aanleggen en verbeteren van geleidelijnen in de komende periode?

Bij herinrichting en renovatie van de openbare ruimte ontstaan bij wegopbrekingen vaak gevaarlijke situaties voor mensen met een functiebeperking. Er wordt door inwoners van Den Haag een groot verschil ervaren tussen uitvoerende aannemers als het gaat om de maatregelen die zij treffen om ervoor te zorgen dat ook mensen met een functiebeperking veilig langs de opbrekingen kunnen.

10. Kan het college eisen stellen aan uitvoerende aannemers en maatregelen die zij treffen m.b.t. toegankelijkheid? Op welke manier wordt hier invulling aan gegeven?

Toegankelijkheid wordt getoetst door het Vooroverleg Over Verkeerszaken (VOV). Het VOV toetst plannen pas in een later ontwikkelstadium, na bijvoorbeeld de ACOR. Hoe later toegankelijkheid getoetst wordt, hoe groter de mogelijke drempel is om ontwerpen bij te kunnen sturen.

11. Kan het college bevestigen dat de toetsing op toegankelijkheid hoofdzakelijk bij het VOV ligt? Zo niet, kan het college toelichten hoe de toetsing dan plaatsvindt? Kan het college verduidelijken waarom er gekozen is voor de VOV en niet voor de ACOR?

12. Is het college bereid zich in te zetten, zodat een toetsing op toegankelijkheid vroeg in het proces en doorlopend gebeurt?

13. Hoe gaat het met de uitvoering van de motie ‘meer aandacht in raadsvoorstellen voor mensen met een beperking?

WMO
Er komen veel klachten binnen over het WMO vervoer. Veel van deze klachten gaan over het lang moeten wachten op vervoer. Soms komt het voor dat het vervoer helemaal niet komt opdagen. Dit terwijl veel mensen afhankelijk zijn van dit vervoer om te kunnen deelnemen aan dagelijkse activiteiten.

14. Is het college zich ervan bewust dat het indienen van een klacht over het WMO vervoer voor veel mensen die gebruik maken van dit vervoer als een hoge drempel wordt ervaren of soms zelfs onmogelijk is? Wat doet het college om deze drempels weg te nemen?

15. Is het college zich ervan bewust dat er bij belangenorganisaties veel klachten binnenkomen over het WMO vervoer? Wat vindt het college hiervan en hoe gaat het college hiermee om?

16. Kan het college duidelijk aangeven welke eisen er worden gesteld aan de uitvoerder van het WMO vervoer? Waar zijn deze eisen te vinden en waar worden die op gebaseerd?

17. Kan het college ingaan op een mogelijke aanpassing van de eisen bij de nieuwe aanbesteding? Kan het college garanderen dat er sterker gestuurd wordt op beschikbaarheid van het vervoer, zodat de klachten en problemen van gebruikers afnemen?

18. Kan het college inzichtelijk maken hoeveel WMO-materiaal er momenteel wordt weggegooid onder de noemer: versnelde afschrijving? Hoeveel van dit materiaal is in principe nog bruikbaar?

Wonen
Iedereen heeft, wat de indieners van de vragen betreft, recht op een passende woning.

19. Kan het college toelichten of en hoe in de prestatieafspraken met corporaties toegankelijkheid en inclusie worden meegenomen?

20. Kan het college toelichten waarom zij er niet voor kiest om als uitgangspunt te nemen dat woningen die al aangepast zijn ook aangepast blijven? Is het college het eens dat er nu vaak sprake is van kapitaalvernietiging (graag een goede toelichting hierop)? Is het college het met de Partij voor de Dieren en ChristenUnie/SGP eens dat deze manier van werken niet duurzaam en vaak kostbaarder is? En vindt het college niet ook dat bestaande aangepaste woningen juist nodig zijn?

21. Kan het college aangeven op welke manier tijdens de ontwikkelfase van bouwplannen, de bouwplannen worden getoetst op toegankelijkheidscriteria? Is er bijvoorbeeld sprake van checklists die helpen bij het vergroten van de bewustwording over toegankelijkheid en inclusiviteit? Zo niet, hoe borgt het college dan de aandacht voor toegankelijkheid en inclusiviteit?

Participatie
Kern van het sociale beleid hoort te zijn: “Niets over ons, zonder ons”. Toch worden bij participatieprocessen vaak zowel fysieke als mentale drempels ervaren. Regelmatig heeft dit te maken met bijvoorbeeld moeilijk te begrijpen taalgebruik.

22. Is het college het met Partij voor de Dieren eens dat goede participatie toegankelijk hoort te zijn voor alle inwoners van Den Haag?

23. Hoe zorgt het college ervoor dat de communicatie binnen participatietrajecten, georganiseerd door externe partijen, toegankelijk is voor iedereen?

24. Is het college het met de fracties eens dat goede participatie alleen mogelijk is als de plannen waarover geparticipeerd wordt in toegankelijk taalgebruik zijn geschreven?

In de Voortgangsrapportage Participatie/Haags Samenspel (RIS309550) staat meermaals geschreven dat er een wens is voor digitale vormen van participatie. Ook is tegenwoordig een groot deel van de communicatie rondom participatietrajecten via websites of andere digitale middelen.

  1. Hoe zorgt het college ervoor dat participatietrajecten ook toegankelijk zijn voor mensen die minder digitaalvaardig zijn?


Robin Smit
Partij voor de Dieren

Judith Klokkenburg
ChristenUnie/SGP