Schrif­te­lijke vragen Toch asfalt door West­duinpark?


Indiendatum: 17 nov. 2020

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

In Den Haag Centraal[1] leest de Partij voor de Dieren dat de gemeente asfaltpaden gaat aanleggen in het Westduinpark. Dit bericht lijkt gebaseerd te zijn op een nieuwsbericht op denhaag.nl. Deze berichtgeving lijkt in strijd te zijn met de brief ‘Aanpassing recreatief infrastructuur Westduinpark’ van 28 april 2020 (RIS305183). In die brief was geen sprake van geasfalteerde paden, maar van met kleischelpen halfverharde paden. De Partij voor de Dieren wil weten of het klopt dat de plannen zijn veranderd en welke consequenties dit heeft.

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid de heer Robin Smit, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

  1. Klopt de berichtgeving dat er asfaltpaden worden aangelegd in het Westduinpark? Kan het college deze plannen toelichten?
  2. Waarom wijkt het college af van eerdere berichtgeving over met kleischelpen halfverharde paden (RIS305183)?
  3. Is de toepassing van asfaltverharding mogelijk in de bestaande ontheffingen/vergunningen? Zo ja, welke voorwaarden worden daaraan gesteld? Kan het college de ontheffingen/vergunningen als bijlage bij de beantwoording voegen?
  4. Het college heeft op 11 april 2019 toegezegd de toename aan verharde oppervlakte elders in het Westduinpark te compenseren[2]. Is dat nog steeds het plan?
  5. Waar compenseert het college de toename aan verharde oppervlakte door asfaltering van de paden?
  6. Tijdens het eerdergenoemde tweeminutendebat stelde het college dat het lintje naar de nieuwe paden in december 2019 zou worden doorgeknipt. Inmiddels is het bijna een jaar later. Wat verklaart de vertraging?
  7. Indien het juist is dat de plannen (deels) gewijzigd zijn van halfverharding naar asfaltverharding, is het college bereid uitvoering van de plannen op te schorten tot de raad de gewijzigde plannen heeft kunnen beoordelen?

Robin Smit
Partij voor de Dieren


[1] Een ander relevant document is de commissiebrief ‘Aanpassing recreatieve infrastructuur Westduinpark’ van 12 februari 2019 (RIS301792). Hierover is in de Commissie Leefomgeving op 11 april 2019 op verzoek van de Haagse Stadspartij gedebatteerd.

[2] “Gelukkig hebben we daar de Wet natuurbescherming en die stelt dat de natuuroppervlakte in een Natura 2000-gebied gelijk moet blijven. En daar gaat dit college zich uiteraard ook aan houden. […] De natuuroppervlakte blijft minimaal gelijk.”

Indiendatum: 17 nov. 2020
Antwoorddatum: 12 jan. 2021

Het raadslid de heer Smit heeft op 17 november 2020 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

In Den Haag Centraal leest de Partij voor de Dieren dat de gemeente asfaltpaden gaat aanleggen in het Westduinpark. Dit bericht lijkt gebaseerd te zijn op een nieuwsbericht op denhaag.nl. Deze berichtgeving lijkt in strijd te zijn met de brief ‘Aanpassing recreatief infrastructuur Westduinpark’ van 28 april 2020 (RIS305183). In de brief was geen sprake van geasfalteerde paden, maar van met kleischelpen halfverharde paden. De partij van de Dieren wil weten of het klopt dat de plannen zijn veranderd en welke consequenties dit heeft.

1. Klopt de berichtgeving dat er asfaltpaden worden aangelegd in het Westduinpark? Kan het college deze plannen toelichten?

Ja, Het gaat echter alleen om de steilste delen van paden aan de stadszijde. Deze paden zijn zo steil dat de halfverharding wegspoelt. Om dit te voorkomen en om de toegankelijkheid te verbeteren worden deze korte stukken geasfalteerd. Tegelijkertijd wordt nabij de egelopvang slecht asfalt omgezet naar halfverharding.

2. Waarom wijkt het college af van eerdere berichtgeving over met kleischelpen halfverharde paden (RIS305183)?

Het college wijkt niet af van de eerdere berichtgeving. De in de brief van 28 april jl. beschreven werkzaamheden maken onderdeel van het beheerproject Visie op infrastructuur voor het Westduinpark dat in 2014 is gestart. Jaarlijks, afhankelijk van de beschikbare financiële middelen, worden delen van dit project uitgevoerd. Slecht begaanbare paden worden vernieuwd, dat betreft zowel bestaande halfverharde als geasfalteerde paden. Dit jaar worden naast het omvormen van een aantal zandpaden ook een aantal slecht begaanbare paden aangepakt.

3. Is de toepassing van asfaltverharding mogelijk in de bestaande ontheffingen/vergunningen? Zo ja, welke voorwaarden worden daaraan gesteld. Kan het college de ontheffingen/vergunningen als bijlage bij de beantwoording voegen?

Ja, de bestaande vergunning maakt het toepassen van asfaltverharding mogelijk. Bepalend is dat het oppervlakte N2000-gebied minimaal gelijk blijft niet het type verharding. Bij de aanpak van bestaande paden is een vermindering van het N2000-gebied of aantasting van habitattypen niet aan de orde. Daarmee passen de werkzaamheden binnen de verleende Natuurbeschermingswet-vergunning.

4. Het college heeft op 11 april 2019 toegezegd de toename aan verharde oppervlakte elders in het Westduinpark te compenseren. Is dat nog steeds het plan?

Ja, na uitvoering van de werkzaamheden is ca. 0,5 ha verharding opgeruimd en is de vrijgekomen oppervlakte aan de natuur teruggegeven.

5. Waar compenseert het college de toename aan verharde oppervlakte door asfaltering van de paden?

Zoals in de beantwoording van vraag 3 is aangegeven, is niet het type verharding bepalend maar het minimaal gelijk blijven van het oppervlakte N2000-gebied. Het evenwicht wordt behouden door verharde paden te versmallen, om te vormen of de oppervlakte terug te geven aan de natuur.

6. Tijdens het eerdergenoemde tweeminutendebat stelde het college dat het lintje naar de nieuwe paden 2019 zou worden doorgeknipt. Inmiddels is het bijna een jaar later. Wat verklaart de vertraging?

Zoals in de brief Aanpassing recreatief infrastructuur Westduinpark (RIS305183) is aangegeven, zijn in 2019 meerdere werksessies gehouden. In deze overleggen zijn de gezamenlijke oplossingsrichtingen in een schetsontwerp verwerkt. Hierna is het schetsontwerp tot een definitief ontwerp uitgewerkt en is voor de uitvoering van de werkzaamheden naar financiële middelen gezocht en gevonden. Hiermee konden de werkzaamheden worden voorbereid en is dit najaar met de uitvoering gestart.

7. Indien het juist is dat de plannen(deels) gewijzigd zijn van halfverharding naar asfaltverharding, is het college bereid uitvoering van de plannen op te schorten tot de raad de gewijzigde plannen heeft kunnen beoordelen?

Deze werkzaamheden zijn niet strijdig met de in 2014 afgegeven Natuurbeschermingswet-vergunning en voldoen aan de voorwaarde dat de oppervlakte aan Natura2000-gebied minimaal gelijk blijft. De plannen zijn niet gewijzigd waardoor opschorting van de werkzaamheden niet van toepassing is.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen