Schrif­te­lijke Vragen Zwan­ger­schaps­dis­cri­mi­natie


Indiendatum: feb. 2020

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op zondag 17 februari jl. heeft het televisieprogramma De Monitor een aflevering over zwangerschapsdiscriminatie uitgezonden waarin ook een casus van vermeende zwangerschapsdiscriminatie bij de gemeente Den Haag wordt belicht.

Overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde stelt raadslid Smit (PvdD) de volgende vragen:

De Partij voor de Dieren hecht veel waarde aan de arbeidsparticipatie en bredere emancipatie van vrouwen in de Haagse samenleving.

1. Wat is het standpunt van de gemeente Den Haag inzake arbeidsparticipatie van vrouwen in het algemeen en zwangerschapsdiscriminatie op de arbeidsmarkt in het bijzonder? Is het college van mening dat de gemeente Den Haag als werkgever een voorbeeldfunctie te vervullen heeft waar het gaat om zwangerschapsdiscriminatie?

2. In betreffende casus is in eerste instantie een klacht inzake zwangerschapsdiscriminatie ingediend bij de werkgever, gemeente Den Haag. Hoe vaak is er in de afgelopen vijf jaar een klacht wegens zwangerschapsdiscriminatie ingediend bij werkgever gemeente Den Haag? En hoe vaak is er in de afgelopen vijf jaar een klacht door zogende moeders ingediend vanwege het ontbreken van de nodige voorzieningen en tijd om op het werk te kunnen kolven?

3. Welk percentage van de in de afgelopen vijf jaar bij de gemeente ingediende klachten over zwangerschapsdiscriminatie of het ontbreken van de nodige voorzieningen en tijd voor zogende moeders is door de gemeente gegrond verklaard?

Het College voor de Rechten van de Mens heeft in betreffende casus bij de gemeente Den Haag geoordeeld dat er inderdaad sprake is zwangerschapsdiscriminatie. Het College voor de Rechten van de Mens is een onafhankelijke toezichthouder op de mensenrechten in Nederland. Uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens zijn niet bindend van aard.

4. Hecht het college in het algemeen waarde aan de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens?

5. Hoe vaak is de gemeente Den Haag in de afgelopen vijf jaar betrokken geweest bij uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens en om wat voor soort zaken ging dat?

6. In hoeveel gevallen heeft de Gemeente Den Haag de afgelopen vijf jaar uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens naast zich neergelegd?

In het nieuwsbericht wordt gesproken over een onderzoek dat zou hebben aangetoond dat er in dit specifieke geval geen sprake is geweest van beëindiging van het dienstverband wegens moeder- of zwangerschap.

7. Over welk onderzoek gaat het hier?

8. Hoe duidt het college de specifieke uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens en hoe verklaart ze dat die uitspraak een andere is dan de uitkomsten van het eerder genoemde onderzoek?

Landelijk is in 2017 het actieplan zwangerschapsdiscriminatie opgesteld. Het Rijk gaat samen met maatschappelijke organisaties de strijd aan tegen zwangerschapsdiscriminatie. In het actieplan zijn maatregelen opgenomen om zwangerschapsdiscriminatie terug te dringen. Zo wordt informatie over zwangerschapsdiscriminatie in de groeiboekjes van de consultatiebureaus en de GGD opgenomen.

9. Is er proactief gemeentelijk beleid om te voorkomen dat zwangere werknemers bij de gemeente Den Haag gediscrimineerd worden (bijvoorbeeld doordat hun zwangerschap een negatieve impact heeft op hun beoordeling)? Zo ja, wat voor beleid? Zo nee, waarom niet?

Op de gemeentelijke website wordt onder het kopje discriminatie en Den Haag meldt niet gesproken over zwangerschapsdiscriminatie.

10. Is het college bereid zwangerschapsdiscriminatie op te nemen in de emancipatienota? Zo nee, waarom niet?

11. Kan het college op de gemeentelijke website onder discriminatiebeleid en Den Haag meldt, zwangerschapsdiscriminatie opnemen als extra punt? Zo nee, waarom niet?

Robin Smit
Partij voor de Dieren

Indiendatum: feb. 2020
Antwoorddatum: 19 mei 2020

Het raadslid de heer Smit heeft op 21 februari 2020 een brief met daarin elf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.

Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Op zondag 17 februari jl. heeft het televisieprogramma De Monitor een aflevering over zwangerschapsdiscriminatie uitgezonden waarin ook een casus van vermeende zwangerschapsdiscriminatie bij de gemeente Den Haag wordt belicht. De Partij voor de Dieren hecht veel waarde aan de arbeidsparticipatie en bredere emancipatie van vrouwen in de Haagse samenleving.

1. Wat is het standpunt van de gemeente Den Haag inzake arbeidsparticipatie van vrouwen in het algemeen en zwangerschapsdiscriminatie op de arbeidsmarkt in het bijzonder? Is het college van mening dat de gemeente Den Haag als werkgever een voorbeeldfunctie te vervullen heeft waar het gaat om zwangerschapsdiscriminatie?

De gemeente Den Haag streeft naar een inclusieve organisatie en een divers samengesteld personeelsbestand, op alle functieschalen. We zetten ons als werkgever in voor goede werkomstandigheden en ontwikkelmogelijkheden voor alle medewerkers. Zwangerschap hoeft niet te worden gemeld tijdens de sollicitatieprocedure en wij mogen hier ook niet naar vragen.

Den Haag besteedt veel aandacht aan het bevorderen van diversiteit en inclusie (RIS 292385). Zij doet dit voor alle groepen die in het personeelsbestand ondervertegenwoordigd zijn of extra aandacht behoeven. Ten aanzien van arbeidsparticipatie van vrouwen is het beleid succesvol. Momenteel bestaat het personeelsbestand voor 53% uit vrouwen en is het aandeel in arbeidsuren 50% vrouw en 50% man.

2. In betreffende casus is in eerste instantie een klacht inzake zwangerschapsdiscriminatie ingediend bij de werkgever, gemeente Den Haag. Hoe vaak is er in de afgelopen vijf jaar een klacht wegens zwangerschapsdiscriminatie ingediend bij werkgever gemeente Den Haag? En hoe vaak is er in de afgelopen vijf jaar een klacht door zogende moeders ingediend vanwege het ontbreken van de nodige voorzieningen en tijd om op het werk te kunnen kolven?

Los van de ingediende casus zijn de afgelopen vijf jaar geen klachten inzake zwangerschapsdiscriminatie ingediend bij de werkgever. In de afgelopen vijf jaar heeft één persoon rechtstreeks een klacht ingediend bij het College voor de Rechten van de Mens, zonder dat voorafgaand bij de gemeente Den Haag een klacht was ingediend. Uit een inventarisatie terugwerkend tot en met 2017 zijn geen klachten bekend over het ontbreken van voorzieningen om te kunnen kolven. Over de periode voorafgaand aan 2017 hebben wij geen nadere informatie. Dit geldt ook voor de vraag of klachten ingediend zijn vanwege het ontbreken van tijd om op het werk te mogen kolven.

3. Welk percentage van de in de afgelopen vijf jaar bij de gemeente ingediende klachten over zwangerschapsdiscriminatie of het ontbreken van de nodige voorzieningen en tijd voor zogende moeders is door de gemeente gegrond verklaard?

Er is één klacht bij de gemeente Den Haag ten aanzien van zwangerschapsdiscriminatie ingediend. Deze is door de gemeente ongegrond verklaard.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft in betreffende casus bij de gemeente Den Haag geoordeeld dat er inderdaad sprake is zwangerschapsdiscriminatie. Het College voor de Rechten van de Mens is een onafhankelijke toezichthouder op de mensenrechten in Nederland. Uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens zijn niet bindend van aard.

4. Hecht het college in het algemeen waarde aan de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens?

Uiteraard hecht het college waarde aan de uitspraken van het College voor de Rechten van de mens. De oordelen van het College worden ter harte genomen. Dit neemt niet weg dat de gemeente Den Haag in een enkel geval bij haar oorspronkelijke standpunt blijft dat er geen sprake is geweest van onderscheid. Doordat het College oordeelt op basis van omgekeerde bewijslast (zie ook beantwoording vraag 8), kan de gemeente Den Haag niet altijd aantonen dat een bestreden beslissing geen verboden onderscheid inhoudt. Het kan dan ook voorkomen dat geen sprake is geweest van verboden onderscheid, maar dat dit onvoldoende met bewijzen onderbouwd kan worden. In dergelijke gevallen ziet de gemeente aanleiding om het oordeel van het College niet over te nemen.

5. Hoe vaak is de gemeente Den Haag in de afgelopen vijf jaar betrokken geweest bij uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens en om wat voor soort zaken ging dat?

De gemeente Den Haag is in de afgelopen vijf jaar drie keer betrokken geweest bij uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens.
Eenmaal betreffende arbeidsbeperking waarbij de gemeente Den Haag in het gelijk is gesteld.
Eenmaal over het geven van borstvoeding thuis waarbij de klager in het gelijk is gesteld.
En tenslotte de huidige kwestie m.b.t. zwangerschapsdiscriminatie.

6. In hoeveel gevallen heeft de Gemeente Den Haag de afgelopen vijf jaar uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens naast zich neergelegd?

In twee gevallen – waaronder de huidige kwestie - heeft de Gemeente Den Haag geen reden gezien om het oordeel van het College over te nemen.

In het nieuwsbericht wordt gesproken over een onderzoek dat zou hebben aangetoond dat er in dit specifieke geval geen sprake is geweest van beëindiging van het dienstverband wegens moeder- of zwangerschap.

7. Over welk onderzoek gaat het hier?

Het betreft een onderzoek naar aanleiding van de klacht die betrokkene heeft ingediend. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de algemeen directeur van de dienst SZW. In de behandeling van de klacht van betrokkene is onderzocht of er sprake is van zwangerschapsdiscriminatie in de besluitvorming om de tijdelijke aanstelling van betrokkene niet te verlengen en van rechtswege te laten aflopen. Voor beoordeling van voorgaande is er intern dossieronderzoek verricht en zijn er gesprekken met meerdere personen gevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen sprake is geweest van zwangerschapsdiscriminatie.

8. Hoe duidt het college de specifieke uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens en hoe verklaart ze dat die uitspraak een andere is dan de uitkomsten van het eerder genoemde onderzoek?

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt op basis van omgekeerde bewijslast. De werkgever dient aan te tonen dat de bestreden beslissing geen verboden onderscheid inhoudt. In onderhavig geval is de gemeente er naar het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens niet in geslaagd om aan te tonen dat de zwangerschap geen rol heeft gespeeld bij het niet verlengen van de tijdelijke aanstelling. Het College overweegt in zijn oordeel dat de gemeente Den Haag niet heeft bewezen dat niet in strijd met de Wet gelijke behandeling is gehandeld. Dit is een ander beoordelingskader dan bijvoorbeeld dat van een klachtenprocedure of een procedure bij de rechter. Het College voor de Rechten van de Mens heeft bovendien de uitkomsten van de klachtenprocedure niet in de behandeling van de zaak betrokken.

Landelijk is in 2017 het actieplan zwangerschapsdiscriminatie opgesteld. Het Rijk gaat samen met maatschappelijke organisaties de strijd aan tegen zwangerschapsdiscriminatie. In het actieplan zijn maatregelen opgenomen om zwangerschapsdiscriminatie terug te dringen. Zo wordt informatie over zwangerschapsdiscriminatie in de groeiboekjes van de consultatiebureaus en de GGD opgenomen.

9. Is er proactief gemeentelijk beleid om te voorkomen dat zwangere werknemers bij de gemeente Den Haag gediscrimineerd worden (bijvoorbeeld doordat hun zwangerschap een negatieve impact heeft op hun beoordeling)? Zo ja, wat voor beleid? Zo nee, waarom niet?

De gemeente Den Haag kent geen specifiek beleid op het gebied van zwangerschapsdiscriminatie. De gemeente is vanzelfsprekend gehouden aan de Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van gelijke behandeling, zoals onder meer bepaald in de grondwet, de algemene wet gelijke behandeling en de wet gelijke behandeling mannen en vrouwen. Werknemers van de gemeente die zich gediscrimineerd voelen kunnen daarover in gesprek met de leidinggevende, een melding maken bij een vertrouwenspersoon of een klacht indienen.

Op de gemeentelijke website wordt onder het kopje discriminatie en Den Haag meldt niet gesproken over zwangerschapsdiscriminatie.

10. Is het college bereid zwangerschapsdiscriminatie op te nemen in de emancipatienota? Zo nee, waarom niet?

De emancipatienota geldt voor de stad Den Haag en is daarmee extern gericht. De kwestie bij het College voor de Rechten van de Mens betreft de gemeente Den Haag in de rol van werkgever. Dat neemt niet weg dat het college zowel intern als extern staat voor een inclusieve organisatie en inclusieve stad waar iedereen een gelijke kans krijgt. Discriminatie wegens zwangerschap is een vorm van discriminatie op de arbeidsmarkt. Om alle vormen van discriminatie binnen de gemeente aan te pakken en een diverse en inclusieve organisatie nóg meer te stimuleren wordt momenteel het diversiteits- en inclusiebeleid voor de interne organisatie geactualiseerd.

11. Kan het college op de gemeentelijke website onder discriminatiebeleid en Den Haag meldt, zwangerschapsdiscriminatie opnemen als extra punt? Zo nee, waarom niet?

Momenteel ontwikkelt het college nieuw beleid op het terrein van antidiscriminatie. Op basis hiervan wordt de informatie m.b.t. antidiscriminatiebeleid op de website van de gemeente Den Haag aangepast. We verkennen de mogelijkheid om hierin ook zwangerschapsdiscriminatie mee te nemen.

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris a.i.,
Ilma Merx

de wnd. burgemeester,
Johan Remkes