Schrif­te­lijke vragen Dreigende massale bomenkap in Madestein


Indiendatum: 6 sep. 2022

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 1 september 2022 werden mondeling vragen gesteld over de plannen voor het landschapspark. Niet op alle vragen kwam toen een duidelijke beantwoording. Om die reden stelt overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde het raadslid Gerritsen, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

In de notitie boomcontrole uit januari 2021 wordt gesteld dat een actualiserend onderzoek noodzakelijk zal zijn omdat er inmiddels twee broedseizoenen zijn geweest sinds de meest recente scan. In de notitie staat “Indien de bomen niet vóór volgend broedseizoen gekapt worden, dient er wederom een onderzoek naar de aanwezige natuurwaarde gedaan te worden.” Het gaat bijvoorbeeld om het in kaart brengen van vleermuis verblijfplaatsen en vogelnesten. Bij de aanvraag van de vergunning lijkt dit de meest recente ecologische rapportage die als bijlage is bijgevoegd.

1) Kan het college aangeven of dit actualiserende onderzoek heeft plaatsgehad en zo ja wanneer?

2) Als het actualiserende onderzoek niet heeft plaatsgevonden, is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de werkzaamheden niet van start mogen gaan totdat het onderzoek geweest is en daar naar gehandeld kan worden?

3) Als het actualiserende onderzoek wel heeft plaatsgevonden, kan het college deze rapportage met de raad delen?

Bij de beantwoording tijdens de rondvraag stelde de wethouder Buitenruimte dat de relevante stikstofdepositie berekeningen voor dit project te vinden zouden zijn bij de documenten van de vergunningaanvraag.

4) Kan het college aangeven of dit klopt? Zo ja, wie heeft het onderzoek uitgevoerd en hoe is het getiteld? Kan het college dit document naar de raad sturen?

Bij de beantwoording tijdens de rondvraag stelde de wethouder Buitenruimte dat boomveren bomen zijn die jong worden aangeplant.

5) Kan het college bevestigen dat de 1066 geplande boomveren om jonge bomen gaat?

6) Kan het college bevestigen dat het niet om boomveren gaat, zijnde lichtgewicht bomen die niet met hun wortels in de bodem staan, maar in een technische constructie hangen?

7) Kan het college toelichten waarom gesproken wordt over boomveren, gegeven dat het gezien de gangbare betekenis van dit concept verwarring kan veroorzaken?

Bij de beantwoording tijdens de rondvraag noemde de wethouder Buitenruimte het Stedenbouwkundig plan aangenaam Haags met RIS256697 en het onherroepelijke bestemmingsplan Madestein dat in 2015 door de raad vastgesteld zou zijn. Andere documenten ter onderbouwing van het plan zijn Herinrichting Landschapspark Madestein (RIS283365), het Voorontwerp Kwaliteitsimpuls Landschapspark Madestein (RIS311976) en Vaststelling Beeldkwaliteitsplan Vroondaal Noord II en Aanvulling Beeldkwaliteitsplan Vroondaal Zuid (RIS299323).


8) Kan het college bevestigen dat het met uitzondering van het bestemmingsplan Madestein, in al
deze gevallen om collegebesluiten gaat, die niet naar de raad zijn gestuurd en niet door de
raad zijn vastgesteld? Zo niet, waarom niet?

9) Kan het college bevestigen dat in het bestemmingsplan Madestein geen kaders staan voor de
herinrichting van het landschapspark (of het recreatiegebied)? Zo niet, waarom niet (wat zijn
dan de kaders)?

10) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de kaders voor het landschapspark
Madestein niet door de raad besproken noch door de raad vastgesteld zijn? Zo niet, waarom
niet?

11) Is het college het met de Partij voor de Dieren eens dat de gemeenteraad een kaderstellende
rol heeft?

12) Is het college gegeven de ingrijpende voorgestelde maatregelen en de voorgestelde kap van
464 bomen bereid om geen onomkeerbare stappen te zetten, zoals het kappen van bomen,
totdat we in de raad over het totale plan hebben kunnen spreken?

Leonie Gerritsen
Partij voor de Dieren