Schrif­te­lijke vragen Waarom geen concrete duur­zaam­heids­cri­teria voor evene­menten?


Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 15 februari 2018 hebben de raadsleden Teunissen (PvdD), Kapteijns (GroenLinks), Okcuoglu (Groep Okcuoglu), Scheper (D66), Oudshoorn (HSP) en Akhiat (SP) een motie ingediend voor het meenemen van duurzaamheid bij het subsidiëren van publieksevenementen vanaf het jaar 2019 (RIS299249). Deze motie is aangenomen.

Uit ontevredenheid met de manier waarop uitvoering is gegeven aan deze motie, hebben de raadsleden Barker (PvdD), Bos (HSP), Holman (PvdA), Grinwis (ChristenUnie/SGP) en Bingöl (CDA) op 13 juni 2019 een motie ingediend voor concrete duurzaamheidscriteria voor evenementen (RIS302901). Ook deze motie is aangenomen.

In tegenspraak met het dictum van de tweede motie, heeft het college recent het aanvragen van een subsidie voor evenementen in het jaar 2020 opengesteld zonder te specificeren welke weging het criterium duurzaamheid bij de beoordeling heeft en daarbij wordt nog steeds aangegeven dat de economische waarde van de publieksevenementen doorslaggevend is[1].

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt het raadslid de heer Robert Barker, Partij voor de Dieren, de volgende vragen:

  • 1. Wordt het criterium duurzaamheid daadwerkelijk meegewogen in de beoordeling van de subsidieaanvragen die tot en met 31 augustus 2019 worden ingediend? Welke weging krijgt het criterium duurzaamheid in de beoordeling van de subsidieaanvragen? Waarom heeft het college deze weging niet gespecificeerd?Tussen de vragen kan de vragensteller nog nadere tekst invoegen. Deze mag de mening van de partij weergeven.
  • 2. Indien het criterium duurzaamheid wordt meegewogen, waarom wordt er aangegeven dat de economische waarde van de publieksevenementen doorslaggevend is?
  • 3. Welke duurzaamheidsaspecten worden meegewogen in de beoordeling? Zijn dat dezelfde als de op de webpagina genoemde voorbeelden? Zo ja, waarom worden niet alle in de motie ‘Duurzaamheidscriteria bij evenementen’ (RIS299249) genoemde criteria meegewogen?
  • 4. Zal het college uitvoering geven aan de op 13 juni 2019 ingediende motie en ervoor zorgen dat deze, zoals verzocht, wordt uitgevoerd voor de evenementen die plaatsvinden in het jaar 2020?

Robert Barker
Partij voor de Dieren

[1] Zie: https://www.denhaag.nl/nl/subsidies/subsidies-evenementen/financiele-bijdrage-grootschalige-publieksevenementen-aanvragen.htm.

Antwoorddatum: 5 nov. 2019

Het raadslid de heer Barker heeft op 21 augustus 2019 een brief met daarin vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Op 15 februari 2018 hebben de raadsleden Teunissen (PvdD), Kapteijns (GroenLinks), Okcuoglu (Groep Okcuoglu), Scheper (D66), Oudshoorn (HSP) en Akhiat (SP) een motie ingediend voor het meenemen van duurzaamheid bij het subsidiëren van publieksevenementen vanaf het jaar 2019 (RIS299249). Deze motie is aangenomen.

Uit ontevredenheid met de manier waarop uitvoering is gegeven aan deze motie, hebben de raadsleden Barker (PvdD), Bos (HSP), Holman (PvdA), Grinwis (ChristenUnie/SGP) en Bingöl (CDA) op 13 juni 2019 een motie ingediend voor concrete duurzaamheidscriteria voor evenementen (RIS302901). Ook deze motie is aangenomen.

In tegenspraak met het dictum van de tweede motie, heeft het college recent het aanvragen van een subsidie voor evenementen in het jaar 2020 opengesteld zonder te specificeren welke weging het criterium duurzaamheid bij de beoordeling heeft en daarbij wordt nog steeds aangegeven dat de economische waarde van de publieksevenementen doorslaggevend is.

  1. Wordt het criterium duurzaamheid daadwerkelijk meegewogen in de beoordeling van de subsidieaanvragen die tot en met 31 augustus 2019 worden ingediend? Welke weging krijgt het criterium duurzaamheid in de beoordeling van de subsidieaanvragen? Waarom heeft het college deze weging niet gespecificeerd?

Het criterium duurzaamheid is één van de vijf criteria. De inhoudelijke beoordeling is een kwalitatieve toetsing waarbij de aanvragen worden beoordeeld op de vijf gelijkwaardige criteria. Op basis van de totale weging van al deze criteria gezamenlijk wordt besloten of en hoeveel subsidie wordt verstrekt. Zie afdoening motie Concrete duurzaamheidscriteria evenementen (RIS302901).

  1. Indien het criterium duurzaamheid wordt meegewogen, waarom wordt er aangegeven dat de economische waarde van de publieksevenementen doorslaggevend is?

Jaarlijks wordt vanuit programma 11 Economie (Promotie, Toerisme en Marketing) via de regeling Grootschalige Publieksevenementen en het Promotiefonds Kleinschalige Publieksevenementen budget beschikbaar gesteld voor evenementen die de stad economische spin-off opleveren.

Deze evenementen dragen bij aan een belangrijk speerpunt van het college: het stimuleren van de Haagse Economie (versterking van het MKB en groei van werkgelegenheid in het segment praktisch geschoolden) en het versterken van het imago van Den Haag als aantrekkelijke stad. Aangezien het college tevens waarde hecht aan duurzaamheid, is dit criterium duurzaamheid toegevoegd en vanaf 2019 meegenomen in de algehele beoordeling. Het duurzaam organiseren van evenementen en festivals is overigens voor veel organisatoren al een uitgangspunt. Met name vanwege de verminderde belasting voor het milieu en vanwege de waarde die bezoekers, (commerciële) partners en andere belanghebbenden hieraan verbinden.

  1. Welke duurzaamheidsaspecten worden meegewogen in de beoordeling? Zijn dat dezelfde als de op de webpagina genoemde voorbeelden? Zo ja, waarom worden niet alle in de motie ‘Duurzaamheidscriteria bij evenementen’ (RIS299249) genoemde criteria meegewogen?

Er wordt gelet op de volgende duurzaamheidsaspecten: circulaire economie (bv. beperking van afval, afvalscheiding en gebruik van herbruikbare materialen), vermindering CO2-uitstoot (bv. energiebesparing en duurzame energiebronnen), verandering consumeergedrag (bv. waterbesparing, voeding, geen plastic/flyers/rietjes/ballonnen) en duurzame mobiliteit (bv. verkeer en vervoer). Deze aspecten staan vermeld op de website. De gevolgen voor flora en fauna worden betrokken bij het locatiebeleid dat rond de jaarwisseling aan uw raad wordt aangeboden.

  1. Zal het college uitvoering geven aan de op 13 juni 2019 ingediende motie en ervoor zorgen dat deze, zoals verzocht, wordt uitgevoerd voor de evenementen die plaatsvinden in het jaar 2020?

Ja, het college geeft hier in 2020 uitvoering aan in de regeling Grootschalige Publieksevenementen en het Promotiefonds Kleinschalige Publieksevenementen.

Het college van burgemeester en wethouders,

de wnd. secretaris,

Dineke ten Hoorn Boer

de wnd. burgemeester,

Johan Remkes